Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32. Et dixit exercitui suo: Pugnate hodie pro fratribus vestris.

33. Et venit tribus ordinibus post eos, et exclamaverunt tubis, et clamaverunt in oratione.

34. Et oognoverunt castra Timothei quia Machabaeus est, et refugerunt a facie ejus: et percusserunt eos plaga magna: et ceciderunt ex eis in die illa fere octo millia virorum.

35. Et divertit Judas in Maspha, et expugnavit, et cepit eam: et occidit omnem masculum ejus et sumpsit spolia ejus, et succendit eam igni.

36. Inde perrexit, et cepit Casbon, et Mageth, et Bosor, et reliquas civitates Galaaditidis.

37. Post haBc autem verba congregavit Timotheüs exercitum alium, et castra posuit contra Raphon trans torrentem.

38. Et misit Judas speculari exercitum: et renuntiaverunt ei, dicentes: Quia convenèrunt ad eum omnes gentes, qua» in circuitu nostro sunt, exercitus multus nimis:

39. Et Arabas conduxerunt in auxilium sibi, et castra posuerunt trans torrentem, parati ad te venire in prcelium. Et abiit Judas obviam illis.

40. Et ait Timotheüs principibus exercitus sui: Cum appropinquaverit Judas, et exercitus ejus ad torrentem aquas: si transierit ad nos prior, non poterimus sustinere eum: quia potens poterit adversum nos.

") Eene stad van Galaad. Vgl. Jud. XI 29.

") Raphon is waarschijnlijk het Raphana, waarvan Plinius gewaagt; blijkens v. 43 lag het niet ver van Carnaim. De bergstroom is hetzij de Jabok

32. En hij sprak tot zijn leger: Strijdt heden voor uwe broeders.

33. En hij viel hen met drie heerbenden in den rug, en zij bliezen op de trompetten en slaakten luide kreten in gebed.

34. En het leger van Timotheüs bemerkte, dat net de Machabeër was, en zij gingen op de vlucht voor zijn aanschijn; en men bracht hun een zware nederlaag toe, en er vielen van hen op dien dag ongeveer acht duizend man.

35. En Judas keerde zich naar Maspha15) en viel het aan en nam het in, en hij doodde al wat mannelijk was daarin en bemachtigde den buit daarvan en stak het in brand.

36. Van daar rukte hij verder en vermeesterde Casbon en Mageth en Bosor en de overige steden van het Galaadietische.

37. Maar na die gebeurtenissen verzamelde Timotheüs een ander heer en legerde zich tegenover Raphon, aan de overzijde van den bergstroom16).

38. En Judas zond er uit om het leger te verspieden; en men boodschapte hem zeggende: Alle volken, die rondom ons wonen, zijn tot hem samengestroomd, een leger bovenmate talrijk.

39. En zij hebben Arabieren tc* hunne hulp gehuurd en zich gelegerd aan gene zijde van den bergstroom, gereed om tegen u ten strijde te trekken. En Judas trok hun te gemoet.

40. En Timotheüs zeide tot de oversten van zijn leger: Als Judas met zijn leger den waterstroom genaderd zal zijn en hij het eerst naar ons overtrekt, zullen wij niet tegen hem kunnen bestand zijn, omdat hij overmachtig tegen ons zal wezen17).

of waarschijnlijker de meer noordwaarts vloeiende Mandhur of Hiëromax, die zich in den Jordaan stort.

") Namelijk wegens den moed, die hem en de zijnen bezielt;

Sluiten