Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48. Dicens: Trauseamus per terram vestram, ut eamus in terram nostram: et nemo vobis nocebit: tantum pedibus transibimus. Et nolebant eis aperire.

49. Et praecepit Judas praedicare in castris, ut applicarent unusquisque in quo erat loco.

50. Et applicuerunt se viri virtutis: et oppugnavit civitatem illam tota die, et tota nocte, et tradita est civitas in manu ejus:

51. Et peremerunt omnem masculum in ore gladii, et eradicavit eam, et accepit spolia ejus, et transivit per totam civitatem super interfectos.

52. Et transgressi sunt Jordanem in campo magno, contra faciem Bethsan.

53. Et erat Judas congregans extremos, et exhortabatur populum per totam viam, donec venirent in terram Juda:

54. Et ascenderunt in montem Sion cum laetitia, et gaudio, et obtulerunt holocausta, quod nemo ex eis cecidisset donec reverterentur in pace.

55. Et in diebus, quibus erat Judas, et Jonathas in terra Galaad, et Simon frater ejus in Galilaea contra faciem Ptolemaidis,

56. Audivit Josephus Zachariae filius, et Azarias princeps virtutis,

*3) Ongetwijfeld door Gods bijzondere beschikking. Vgl. v. 54.

M) Bethsan, heden Beisan, oudtijds ook Scytopolis genaamd, lag twee uren van den Jordaan, aan het zuidoostelijk uiteinde der groote vlakte van Jezrael, en bij de groote vlakte van den Jordaan. Blijkens II Mach. XII 29 waren de inwoners der stad goedgezind jegens de Joden.

") Opdat niemand zou achterblijven en in de handen vallen der vijandig

I 48. zeggende: Laat ons door uw gebied trekken, om naar ons land te gaan, en niemand zal u schaden; wij zullen slechts te voet doortrekken. En zij wilden hun niet opendoen.

49. En Judas liet in het leger afkondigen, dat iedereen zou aanrukken ter plaatse, waar hij zich bevond.

50. En de mannen der legermacht rukten aan, en hij bestookte die stad den ganschen dag en den ganschen nacht, en de stad werd in zijne hand geleverd23).

51. En zij doodden al wat mannelijk was met de snede van het zwaard, en hij slechtte ze en bemachtigde haren buit, en hij trok door de gansche stad over de gedooden heen.

52. En zij togen over den Jordaan in de groote vlakte tegenover Bethsan24).

53. En Judas hield de achteraankomenden bijeen23) en hij. wakkerde het volk aan over den geheelen weg, totdat zij in het land Juda kwamen.

54. En zij trokken op naar den berg Sion met blijdschap en vreugde en droegen brandoffers op, omdat niemand van hen gevallen was, totdat zij in vrede waren teruggekeerd26).

55. En in de dagen, dat Judas en Jonathan zich in het land Galaad

I bevonden, en Simon, zijn broeder, in Galilea, tegenover Ptolemaïs,

56. hoorde Joseph, zoon van Zacharias, en Azarias, overste van

gezinde volken, door welker gebied hij achtereenvolgens moest trekken.

") Hier wordt minstens gezegd, dat niemand van hen gevallen was, die Judas, volgens v. 53, uit Galaad naar Judea had medegevoerd. Mogelijk zijn die woorden toepasselijk op allen, die den krijgstocht van Judas over den Jordaan hadden medegemaakt; maar dan dient die omstandigheid als een bewijs van Gods bovennatuurlijke tusI schenkomst te worden beschouwd.

Sluiten