Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35. Et Demetrius rex ad verba ista respondit ei, et scripsit epistolam talem.

36. REX Demetrius Simoni summo sacerdoti, et amico regum, et senioribus, et genti Judaeorum salutem.

37. Coronam auream, et bahem, quam misisüs, suscepimus: et parati sumus facere vobiscum pacem magnam, et scribere praepositis regis remittere vobis quae indulsimus.

38. Quaecumque enim constituimua, vobis constant. Munitiones, quas aedificastis, vobis sint.

39. Remittimus quoque ignorantias, et peccata usque in hodiernum diem, et coronam, quam debebatis: et si quid aliud erat tributarium in Jerusalem, jam non sit tributarium.

40. Et si qui ex vobis apti sunt conscribi inter nostros, conscribantur, et sit inter nos pax.

41. Anno centesimo septuagesimo ablatum est jugum gentium ab Israël.

42. Et ccepit populus Israël scribere in tabulis, et gestis publicis, anno primo sub Simone summo sacerdote, magno duce, et principe Judaeorum.

daarom erkende hii hem als koning

tegenover Tryphon, die den troon door roof verkregen had en overigens het land uitplunderde. Simon vroeg daarentegen vrijdom van alle lasten, overeenkomstig hetgeen eertijds door Demetrius aan Jonathas was toegestaan. Vgl. XI 28 volg. 'I Van Syrië.

'") Door «bahem» der Vulgaat kan, naar het Grieksche woord, dat daardoor vertaald wordt, of wel een palmtak (als schepter) worden aangeduid of wel een met palmtakken gestikt of

35. En koning Demetrius antwoordde hem op die woorden en schreef hem een brief in dezer voege:

36. Koning Demetrius aan Simon, den hoogepriester en vriend der koningen"), en aan de oudsten en aan het Joodsche volk heil!

37. De gouden kroon en den palmtak18), die gij gezonden hebt, hebben wij aanvaard, en wij zijn bereid met u vollen vrede te maken en aan de koninklijke bewindvoerders te schrijven, dat u kwijtgescholden worde, hetgeen wij kwijtgescholden hebben.

38. Want al wat wij bepaald hebben19), blijft u verzekerd. De sterkten, die gij gebouwd hebt, zullen de uwe zijn.

39. Ook verleenen wij kwijtschelding van de misslagen en vergrijpen tot op den huidigen dag, en van de kroon, die gij schuldig waart; en indien er iets anders te Jerusalem schatplichtig was, zal het nu niet meer schatplichtig zijn.

40. En indien er van ulieden geschikt zijn om onder de onzen opgeschreven te worden, zullen zij' opgeschreven worden, en er zij vrede tusschen ons.

41. In het jaar honderd zeventig is het juk der heidenen weggenomen van Israël20).

42. En het volk Israël begon te schrijven op de tafelen en openbare registers: In het eerste jaar van Simon, hoogepriester, opperbevelhebber en vorst der Joden.

ook een bruinrood gewaad. Naar de Syrische vertaling is veeleer een koninklijk gewaad uit vacht, een soort van hermelijnen mantel, bedoeld. Vgl. II Mach. XIV 4.

«) Namelijk in dit schrijven.

,0) In 143 vóór Christus. Israël verkreeg in dat jaar een eigen bestuur en volle vrijheid om naar zijn eigen wetten en godsdienst te leven. De opperheerschappij der koningen van Syrië werd intusschen niet geheel opgeheven.

Sluiten