Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Et abiit, et percussit castra Demetrii: et comprehendit eum, et duxit eum ad Arsacem, et posuit eum in custodiam.

4. Et siluit omnis terra Juda omnibus diebus Simonis, et quaesivit bona genti sua;: et placuit illis potestas ejus, et gloria ejus omnibus diebus.

5. Et cum omni gloria sua accepit Joppen in portum, et fecit introitum in insulis maris.

6. Et dilatavit fin es gentis sua), et obtinuit regionem.

7. Et congregavit captivitatem multam, et dominatus est Gazara), et Bethsura), et arci: et abstulit immunditias ex ea, et non erat qui resisteret ei.

8. Et unusquisque colebat terram suam cum pace: et terra Juda dabat fructus suos, et ligna camporum fructum suum.

9. Seniores in plateis sedebant omnes, et de bonis terra) tractabant, et juvenes induebant se gloriam, et stolas belli.

10. Et civitatibus tribuebat alimonias, et constituebat eas ut essent vasa munitionis quoadusque nominatum est nomen gloria» ejus usque ad extremum terrae.

11. Fecit pacem super terram, et laetatus est Israël laetitia magna.

naam onder de koningen der Parthen en heet als koning ook Mithridates I; Perzië en Medië was aan zijne heerschappij onderworpen met het gansche gebied tusschen den Euphraat en den Indus.

') Demetrius, aanvankelijk overwinnaar, werd door list overwonnen. Nadat hij eenigen tijd gevangen was geweest, huwde hij Rhodogune, eene dochter van Mithridates; tien jaren later verwierf hij met de volledige vrijheid wederom den troon van Syrië.

3. En deze ging en versloeg het leger van Demetrius en nam hem gevangen en bracht hem bij Arsaces, en deze zette hem in hechtenis8).

4. En geheel het land Juda was rustig al de dagen van Simon, en hij zocht welvaart voor zijn volk; en zijne macht en zijn luistei was hun alle dagen welbehaaglijk.

5. En bij al zijnen luister verkreeg hij Joppe tot haven, en hij verschafte eenen toegang tot de eilanden der zee4).

6. En hij breidde de grenzen van zijn volk uit, en hij onderwierp het land.

7. En hij vergaderde talrijke gevangenen5) en vermeesterde Gazara en Bethsura en den burcht; en hij verwijderde daaruit de onreinheden, en er was niemand, die hem weerstond.

8. En iedereen6) bebouwde zijn land met vrede, en het land Juda gaf zijn gewassen en de boomen der velden hunne vrucht.

9. De oudsten zaten allen op de straten en verhandelden over het welzijn des lands, en de jongelingen bekleedden zich met luister en met krijgsgewaden.

10. En de steden voorzag hij van levensmiddelen, en hij richtte ze in om tot vestingen te dienen, in dier voege, dat de naam van zijnen roem vermeld werd tot aan het uiteinde der aarde.

11. Hij verschafte vrede in het land, en Israël verheugde zich met groote blijdschap.

4) Door het verwerven der zeehaven te Joppe konden de Joden zonder belemmering verkeeren met de eilanden der Middellandsche Zee en de overige iaaraan gelegen landen.

*) Hij verloste ze en bracht ze naar ïun vaderland terug. Over Oazara m Bethsura zie XIII 43 en XI 65—66.

*) Hetgeen volgt in v. 8—12 is eene ïitvoerige schildering van de weldaden les vredes, die het land genoot door iet beleid van Simon.

Sluiten