Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

titia: et gavisi sumus in introitu eorum.

22. Et scripsimus quae ab eis erant dicta in conciliis populi, sic: Numenius Antiochi, et Antipater Jasonis filius, legati Judaeorum, venerunt ad nos, renovantes nobiscum amicitiam pristinam.

28. Et placuit populo excipere viros gloriose, et ponere exemplum sermonum eorum in segregatis populi libris, ut sit ad memoriam populo Spartiatarum. Exemplum autem borum scripsimus Simoni magno sacerdoti.

24. Post haec autem misit Simon Numemum Romam, habentem clypeum aureum magnum, pondo mnarum mille, ad statuendam cum eis societatem. Cum autem audisset populus Romanus

25. Sermones istos, dixerunt: Quam gratiarum actionem reddemus Simoni, et filiis ejus?

26. Restituit enim ipse fratres suos, et expugnavit inimicos Israël ab eis, et statuerunt ei libertatem, et desoripserunt in tabulis aereis, et posuerunt in titulis in monte Sion.

27. Et hoe est exemplum scriptursa: OCTAVA decima die mensis Elul, anno centesimo septuagesimo

ter en uwe eer en vreugde, en wij hebben ons verheugd bij hunne aankomst.

22. En wij hebben opgeteekend wat door hen gezegd was in de vergaderingen des volks, als volgt: Numenius, zoon van Antiochus, en Antipater, zoon van Jason, gezanten der Joden, zijn tot ons gekomen om met ons de oude vriendschap te hernieuwen.

23. En het heeft aan het volk behaagd, de mannen met eere te ontvangen en een afschrift van hunne voorstellen te plaatsen in de bijzondere boeken des volks11), ter gedachtenis voor het Spartaansche volk. Een afschrift daarvan nu hebben wij uitgevaardigd aan Simon, den hoogepriester.

24. Daarna nu zond Simon Numenius naar Rome met een groot gouden schild van duizend mina's gewicht, om het bondgenootschap met hen te bevestigen"). Toen nu het Romeinsche volk1*)

25. deze voorstellen gehoord had, zeiden zij: Welken dank zullen wij vergelden aan Simon en zijne zonen ?

26. Immers heeft hij zijne broeders opgericht en de vijanden van Israël van hen weggedreven. En zij verzekerden hem de vrijheid14), en zij schreven het op koperen tafelen en plaatsten die op gedenkzuilen op den berg Sion.

27. En ziehier het afschrift der oorkonde: Den achttienden dag der maand Elul, in het jaar honderd

u) In bet archief van den staat.

**) Numenius had waarschijnlijk opdracht zich eerst naar Sparta te begeven en daarna naar Rome. Het gouden schild moest een zinnebeeld zijn van de bescherming, die men inriep. Vat men de duizend mina's op als attisch gewicht, dan woog het schild ruim 480 kilogram; zijn de mina's als geldswaarde genomen, dan had het eene waarde van ongeveer 50,000 gulden. Geen wonder, dat de Romeinen zelf (zie XV 18) daarvan in hunne brieven

met ophef gewag maken.

") In den Griekschen tekst staat: «Toen nu het volk»; daardoor wordt het Joodsche volk bedoeld, welks woorden en handelingen dan aangehaald worden in hetgeen volgt. Naar de Vulgaat daarentegen worden in v. 25—26a de woorden der Romeinen aangehaald.

") En zij, d. i. de Romeinen, erkenden de vrijheid, d. i. de zelfstandigheid van Israël. Gr.: «en hij stond pal (of gaf steun), hij en zijne broeders en het huis zijns vaders, en zij hebben de vijan-

Sluiten