Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bus donavit multa bona, et alia atque alia munera, et accipiens manu sua, tribuebat eis.

36. Appellavit autem Nehemias hunc locum Nephthar, quod interpretatur Purificatio. Vocatur autem apud plures Nephl.

gaf hij aan de priesters vele goede zaken en allerlei geschenken, die hij eigenhandig nam en aan hen uitdeelde.

36. Nehemias nu nóemde die plaats26) Nephthar, hetwelk beteekent Reiniging. Door velen echter wordt zij Nephi genoemd.

CAPUT II. HOOFDSTUK II.

Vervolg van den brief en verhaal der bemoeiingen van den profeet Jeremias om den tabernakel, de ark en het reukaltaar te verbergen fv. 1—12). Bevestiging van die gebeurtenissen in de geschriften van Nehemias, die, evenals Judas de Machabeër, een boekverzameling bijeenbracht, welke ter beschikking der Egyptische Joden gesteld wordt fv. 13—15). Opwekking tot hen gericht om het feest der reiniging te vieren fv. 16—19). — Geschiedkundige voorrede van den schrijver, welke een verkort verhaal wil geven van den strijd der Machabeën tegen Antiochus Epiphanes en Antiochus Eupator fv. 20—33).

1. Invenitur autem in descriptionibus Jeremise propheta», quod jussit eos ignem accipere qui transmigrabant: ut significatum est, et ut mandavit transmigratis.

2. Et dedit illis legem ne oblivlscerentur praecepta Domini, et ut non exerrarent mentibus videntes simulacra aurea, et argentea, et ornamenta eorum

3. Et alia hujusmodi dicens, hortabatur ne legem amoverent a corde suo.

4. Erat autem in ipsa scriptura, quomodo tabernaculum, et arcam jussit propheta divino responso ad se facto comitari secum, usquequo exiit in montem, in quo Moyses ascendit, et vidit Dei hereditatem. Beul. XXXIV 7.

") Gr.: «dat» (nl. het water) «Nephthaï» of «Nephtha».

') In hetgeen volgt wordt de reden opgegeven, waarom de Ark des Verbonds in den nieuwen tempel ontbrak.

1. Men vindt dan in de opteekeningen van den profeet Jeremias1), dat hij aan de uitwijkelingen bevel gaf het vuur te nemen, zooals gemeld is, en zooals hij het gebood aan de uitgewekenen.

2. En hij gaf hun de Wet, opdat zij de voorschriften des Heeren niet zouden vergeten en in hun verstand niet zouden afdwalen bij het zien der gouden en zilveren afgodsbeelden met hunne sieraden2).

3. En terwijl hij nog andere dergelijke dingen zeide, spoorde hij hen aan, de Wet niet te verwijderen uit hun hart.

4. En in hetzelfde geschrift stond, hoe de profeet, naar eene aan hem gedane godspraak, bevel gaf, dat de tabernakel en de ark hem zou begeleiden, totdat hij aan den berg uitkwam, waarop Moses gestegen was en Gods erfdeel gezien had8).

De hier vermelde opteekeningen zijn verloren gegaan. Gr.: «Men vindt in de opteekeningen, dat Jeremias» enz.

«) Vgl. Baruch VI 3 volg.

') Door geschrift worden hier de in v. 1 vermelde opteekeningen bedoeld,

Sluiten