Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stig leergezag onder de menschen. Hier wordt recht op den man af gevraagd: is er iemand tusschen mijn mede* menschen, die door God gesteld en geroepen is om mij te leeren en wel zoo onfeilbaar, dat ik zijn stem mag en moet gelooven als de zuivere, verplichtende weer* gave van Gods eigen woord en openbaring.

Het lijdt geen twijfel — dit zij eerst even verklaard en volmondig toegegeven —, dat de drager van een der* gelijke leeropdracht een waarlijk bovenmneschelijk ge* zag moet hebben. Zoo was reeds de zuivere gedachte van St. Thomas, die leert, dat de mensch uit eigen gezag zijn medemensen slechts waarheid kan voorhouden, niet opleggen, kan aanbieden, niet opdwingen; dat het verstand wel beïnvloed kan worden door de leering van een ander, maar dat de wil, zoolang de innerlijke eviden* tie en de onafwijsbare klaarblijkelijkheid eener waarheid ontbreekt, — en zoo is het toch in de dingen des geloofs — kan weigeren; dat ieder mensch, enkel steunend op eigen inzicht, in zijn leering kan dwalen en dus nooit een onfeilbaarheidsonderwerping kan vorderen voor zijn leiding. Te meer immers geldt dit, als zulk een leeraar het aandurft leiding te geven bij den gang over de hoogten en door de diepten der openbaring, leering en uitkomst te geven in de verheven en mysterieuze vraagstukken des geloofs, waar goddelijke waarheid aan menschelijk begrip wordt geboden.

Het zou dus zeker een bovenmenschelijk gezag moe* ten wezen. Maar dan, als zulk onfeilbaar leergezag zoo duidelijk en zoo ver de grenzen van het zuiver* menschelijke overschrijdt, dan dient het, zij het dan ook nog zoo kostbaar, nog zoo welkom, nog zoo noodig, toch vooraf klaar bewijs te geven én van zijn bestaan, én

9 De Moederkerk.

Sluiten