Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen ruimer kon worden bevestigd" dan in de woorden van Joannes' eersten brief, hoofdstuk II, v. 20—27. *) Zoo staat dan dat bovenmenschelijke leergezag der Kerk, dat a priori reeds zoo'n sterken steun vindt in de blijkbare behoefte van den mensch om geleid te worden, dat evenzeer a posteriori geen geringe bevestiging vindt in de droeve ervaringen van hen, die anders leerden, rotsvast op de Schrift. Zoo zal het getuigen van zijn bestaan-en uitoefening, zoolang het eeuwige woord der H. Schrift dat bestaan blijft verzekeren en de indruk wil dan ook niet van me wijken, dat dit leergezag wellicht minder bestrijding en loochening zou hebben ondervon* den, ware het niet, dat naast de ergste bezwaren tegen den drager van dit gezag — waarover beneden — ook de uitgesproken bevestiging, dat dit leergezag zich „onfeiU baar" durft te noemen, dat het de uiteindelijke onder* werping van ons verstand met ijzeren kracht vordert, voor velen een „sermo durus" een harde, niet gemakke* lijk aanneembare waarheid leek.

In dit woord namelijk „onfeilbaar", dat tusschen aan dwaling steeds blootstaande menschen klinkt als ver* dwazing en aanmatiging, dat een oogenblik onze ge* dachte met scherpte concentreert op het bovenmensche* K Vn dit leerambt' sch"ilt wel de diepe moeilijkheid. De Kerk onfeilbaar? Is dat niet het menschen*verstand, een menschelijke leiding tooien met transcendente, zui* ver goddelijke kracht en vastheid? Is dat feitelijk niet de dragers van dat gezag vergoddelijken?

En toch, het kerkelijk dogma omtrent het leergezag houdt inderdaad en uitdrukkelijk in, dat de dragers van dit gezag dit allergrootst voorrecht genieten, waardoor

•) Manning. The temp. mission of the H. Ghost, blz. 229.

Sluiten