Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE PUINHOOPEN.

In Hoffnungsblick Is het zeer stil geworden. Het Is de stilte van het leed, dat zoo diep is als een onpeilbare bron, zoodat geen woorden meer uit deze diepte doordringen. Hét is de suite van den angst van den opgejaagde, die door menschelijke boosheid van alle zijden beloerd wordt, die Inéén krimpt bij het minste geritsel, omdat overal dé vijand loert.

De beste mannen van het dorp waren dood en onder hen ook de schout Hunold en Johannes Heininger. Dood waren de meesten, naar wier woorden geluisterd werd in het dorp, die In vlijt, verstand en bekwaamheid voor de gemeente een voorbeeld waren geweest.

En de anderen, de Jongeren, waren op de vlucht Zij hadden bun leven op het spel gezet voor de redding van het vaderland. Wien de kogel op het slagveld gespaard gebleven was, hem wachtte (hans de kogel van den beul. En zoo dwaalden dan de strijders voor de vrijheid van de wereld. Als opgejaagde vluchtelingen, zonder tehuis, vermomd, onder valsche namen; sommigen door wouden en woestijnen, anderen In den vreemde, door grenzen en prikkeldraad van hun geboortegrond gescheiden.

Onder deze vluchtelingen bevonden zich Erlch Heininger en Herman Heininger, zijn neef. Daar waren de meesten van deze hoopvolle jonge menschen, die eens de vreugde en de trots hunner ouders geweest waren; de dragers van een Dultsche toekomst In de Duitsche kolonies van Zuid-Rusland.

Het mocht een wonder heeten, dat er nog Duitschers over waren. Slechts de armste boeren waren voor de wraak der rood en gespaard gebleven. Maar deze armsten ware.ll niet de besten. In vUH en bekwaamheid en oprechten Duitschen aard stonden velen achter bij hen, die het door beleid en liefde voor den arbeid tot welstand hadden gebracht -

Voor Dorothea Heininger was het een bestiering van God, waarvoor zij Hem niet genoeg danken kon, dat zij haar schoonzoon, Friedrich Festner, op de boerderij had. Ook hij had In het vrijwilligersleger gevochten. Ter wille van zijn jonge vrouw had hij na de ineenstorting niet willen vluchten. Als „vaderlandlooze" was hij aan de wraak der bolsjewisten ontsnapt.

Nog een andere omstandigheid gaf haar en den haren den grootsten steun In dezen donkeren tijd. Haar zwager, Ds. Philipp Heininger, bleef In Hoffnungsblick.

Waldheim was na acht overvallen van roode benden en de verschrikkelijke gevechten, die zich daar afgespeeld hadden, een puinhoop. Nauwelijks een vierde gedeelte der bevolking was In het dorp gebleven. In de grootste armoede had het kleine aantal overgeblevenen in de stukgeschoten en leeggeplunderde hulzen zijn intrek genomen. Ook de kerk had bij de gevechten zwaar geleden. Er was geen denken aan dat de gemeente, die tot den bedelstaf was gebracht, haar kon herstellen. En het was haar ten eenenmale onmogelijk de hooge belasting te betalen, dié de roode regeering vorderde voor het gebruik der kerkgebouwen, die tot staatseigendom verklaard waren.

Sluiten