Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon zich weer ontplooien. Particuliere ondernemingen werden weer in beperkte mate toegelaten. De boer kon weer de hoop koesteren zijn oogst te mogen behouden en zijn producten op de markt te brengen.

Het was de tijd van de „NEP", de „Nieuwe Economische Politiek". Heel Rusland haalde vrijer adem. Overal voelde men een verbetering van den toestand, begonnen de vreeselijke wonden te heelen, die de oorlogstroebelen en de eerste tijd van communistische heerschappij hadden geslagen. Het was een teeken van de schier onmetelijke levenskrachten van het reusachtige rijk, dat zoo Iets mogelijk was.

Ook bij de Duitsche kolonisten ontstond nieuwe hoop. Ook zij hadden een bijna onbegrijpelijke innerlyke levenskracht Waar de Duitsche wil tot leven en opbouw zich paarde aan de economische mogelijkheden, die Rusland bevatte, grensde het aan het wonderbaarlijke, wat hierdoor tot stand gebracht werd.

Het met zooveel moeite en offervaardigheid in den grond gebrachte zaad gaf bij de vruchtbare zwarte aarde een goeden oogst. Het bedrijf kon verbeterd worden; men kon een paard, een koe aanschaffen.

Bij Heininger had de merrie een veulen geworpen. Met uitbundige vreugde was het begroet. Op zijn groei was nieuwe hoop gevestigd.

In de volgende jaren kon men er zelfs aan denken er nog wat land bij te koopen. Het was een stuk van den eigen akker, waarvan de Russische arbeiders, aan wie het was toegewezen, de bewerking hadden opgegeven. Barbara had een dochtertje gekregen, op welks naam het land kon worden ingeschreven.

„Wij hebben de groote sterfte bij de emigratie doorstaan. Wij hebben de jaren van strijd met de wildernis doorstaan. Wij hebben ziekten en hongersnood doorstaan. Wij hebben den oorlog en den burgeroorlog met hun verschrikkingen doorstaan. Wij zullen ook de heerschappij der bolsjewisten doorstaan."

Zoo kon men In die jaren In de Duitsche dorpen hooren spreken. De oude vader Heininger hoorde het met zorg.

„Niet te veel erop rekenen", vermaande hij. „Er Is niets, dat God minder graag ziet, dan hoogmoed, die Hem de eer ontneemt. Het kruis zweeft nog boven ons. Het kan weer een zware last worden. Zoolang wij onder een goddelooze overheid staan, die een verbond met Satan heeft, zoolang betaamt het ons onze hoop alleen op God te vestigen."

In die jaren gebeurde het, dat ook Erich Heininger huiswaarts keerde. Hij had als vluchteling maandenlang een moeilijk leven gehad, door voortdurende gevaren bedreigd. Herhaaldelijk was hij In handen der rooden gevallen en hij was bijna door hen als voormalig strijder voor de vrijheid herkend.

Eindelijk was het hem gelukt over de grens naar Bessarabië te ontkomen. Hij was 's nachts de Dnjestr overgezwommen en had bij de Duitsche kolonisten In Sarata onderdak gevonden. Maar het verlangen naar de zijnen had hem niet met rust gelaten. Vertrouwende

Sluiten