Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeien met eenig terrein, waarop de meeningen op zeer wettige manier zich wijzigen en de menschen tot elkanders tegenstanders maken.

Vóór alles moet de Kerk om haar eigen heil zich wachten, zich solidair te verklaren met eenige wetenschappelijke theorie, wijsgeerige school, politieke partij, economisch program of afzonderlijk volk of klasse der maatschappij; want indien ze dit deed, zou zij, door beweegredenen, die niets godsdienstigs hebben, hen tot haar vijanden maken, die op een van deze punten een tegenovergestelde meening koesteren. En daartoe mist ze het recht.

Bovendien verbiedt de uitnemendheid van het gebied, dat ze het hare noemt, zich te mengen in de zaken dezer wereld en haar eer in de waagschaal le stellen, anders dan door bij al deze onderwerpen aan de groote christelijke grondbeginselen te herinneren. Het „eene noodige" veronachtzamen, om „zich over vele dingen te bekommeren", zou harerzijds trouweloosheid zijn jegens haar Meester. Het koppelen van „het Woord, dat niet vergaat", „aan de menschelijke meeningen, die niet van langen duur zijn en de een na de ander worden losgelaten, zou slechts de eeuwige boodschap, die God aan zijn Kerk heeft opgedragen, in opspraak brengen.

Om deze godsdienstige redenen moet de Kerk niet doen aan politiek, 't zij nationale, sociale of economische.

Maar, als dit zoo is, dan heeft van haar kant de politiek geen recht binnen te dringen op godsdienstig domein. En als ze het toch doet, dan wordt 't het onaantastbaar recht, en zelfs nog veel meer; het wordt de gebiedende plicht der Kerk te protesteeren en met alle kracht de geestelijke erfenis te verdedigen, het heilig depót, waarover ze moet waken en waarvoor ze verantwoordelijk is, de schat, dien ze aan de toekomstige menschheid moet overdragen en waardoor ze bijgevolg het recht mist, jegens God noch die menschheid zelf, om hem

Sluiten