Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De religieuze en cultureele waarden van ons volk zijn ook door óns niet als een heilig kleinood verdedigd; we hebben ze laten rooven en vernielen. In niet geringe mate door onderwijs, dat we betaalden, door ambtenaren, die we salarieerden, en door vereenigingen aan welke we subsidie gaven. Maar ook door eigen versplintering, door lauwheid en lakschheid, door de groote dingen te vergeten voor particuliere en groepsbelangen.

Het past niemand alleen anderen te beschuldigen, waar we ook ons zélf moeten aanklagen. Het zou dom zijn om aan anderen een halt toe te roepen en zelf door te loopen op het hellend vlak. Niet alleen de muiters van de zeven Prov. zijn de schuldigen!

Wij zouden dat al veel eerder hebben moeten zien. Ook dat is onze fout. We zijn pas wakker geworden nu het al bijna te laat is; nu inderdaad ons volk aan den rand van den afgrond staat; nu alleen door buitengewoon krachtige middelen nog terugkeer mogelijk zal zijn.

We hebben ons veel te lang laten bedwelmen; we waren ingedut.

Oorzaak daarvan is, dat de machten en geesten, die ons volk in verkeerde banen geleid hebben, dat voetje voor voetje hebben gedaan. Druppel na druppel is het gif ingedrongen. En daardoor waren we ongemerkt dicht bij den natioucien dood gekomen. We meenden nog springlevend en krachtig te zijn, toen de ondergang reeds zeer nabij was.

Gode zij dank zijn tenslotte nog de oogen open gegaan. De gapende afgrond wordt met schrik en ontzetting gezien. Een huivering gaat door het Nederlandsche volk. En de gifbeker, waaruit we met langzame teugjes dronken, is nog wel niet stukgeslagen, maar we drinken er niet meer uit.

De nood waarin we zijn, wordt ons duidelijk. En de nood leert weer bidden. En de nood brengt weer mannen en vrouwen bijeen, die ver van elkaar stonden. En de nood brengt er ons toe om op zij te zetten wat verdeelt en van elkaar verwijderd is, en om alle ware vaderlanders samen te binden en te vereenigen

Sluiten