Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt mij, dat ik moet vrachten. Spoedig verschijnt hij met de verklaring: „Neen, het gaat niet, het kan mij het leven kosten." Op mijn dringend vragen zegt hij ten slotte: „Als je wilt, zoek dan maar een schuilplaats, maar ik kan het niet" Dat was mij genoeg.

Ik tastte nu in de duisternis verder en vond een geschikte schuilplaats. Daar bleef ik. Twee dagen heb ik mij in deze natte en koude ruimte opgehouden. Den volgenden avond vond mij de stoker daar en zeide: „Mensch, ben je hier? Dadelijk breng ik je wat te eten en te drinken. Ik zou het al eerder gedaan hebben, maar ik wist niet, waar je was." Toen bracht hij mij heets koffie, wittebrood met boter, kaas en ham. Van dien tijd af bracht hij mij dagelijks driemaal eten. Het was als met Elia aan den beek. Na twee dagen had ik het in deze natte schuilplaats zoo koud, dat ik dacht het niet langer meer te kunnen uithouden, en op mijn verzoek bracht de man mij naar een andere schuilplaats. Daar was het warm, maar de ruimte was zoo smal, dat ik slechts even op mijn zijde kon liggen.

Ons schip voer thans ongeveer 20 kilometer verder en lag dan vier dagen stil. Den geheelen tijd zat lag of stond ik daar in mijn donkere schuilplaats. Eindelijk voer het schip af. Wij moesten nu door het contrölestation, waar het geheele schip afgezocht werd. Ik kroop nu in een andere schuilplaats. Daar was het nat en smerig. Ongeveer een uur lag ik daar. Alles aan mij was doornat en van boven druppelde steeds meer water.

Mij schijnt het, als moesten wij reeds door de controle heen zijn, en ik probeer er uit te komen. Daar bemerk ik, dat ik den ingang verloren heb en hem niet meer vind. De ruimte is zoo nauw, dat ik slechts op mijn buik glijden kan. Een vreeselijke angst overvalt mij. Toch word ik stil en bid God, of Hij mij den uitgang wil wijzen. Het gelukt ik vind hem. Ik trek mijn kleeren uit en wring het water er uit Dan trek ik ze weer aan en ga tegen een warmen wand staan, waar de kleeren ook gauw

Sluiten