Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op Dinsdag 6 Febr. 1934; in druk uitgegeven.

Daarin lezen wij op bl. 6: „In onzen tijd dreigt dit gevaar (n.1. berooving van de vrijheid van onderwijs) van twee kanten: van het communisme en van het nationaal-socialisme.

Ons volk zal nimmer zich het juk van een van beiden laten opleggen".

„Het merkwaardige verschijnsel doét zich voor, dat eenërzijds de béide bewegingen, die ik noemde, van het communisme en van het nationaal-socialisme, elkander beschouwen als doodsvijanden; zij leven als het ware van elkander; zij bestaan om elkaar te vernietigen.

En toch zijn zij van dezelfde familie; zij zijn broertje en zusje; zij voeren een familiestrijd.

Zij zijn beiden even gevaarlijk voor ons onderwijs."

„Beiden staan vijandig tegenover de bemoeiing van kerk en godsdienst met de opvoeding. De een voert openlijk strijd tegen den godsdienst, die hij beschouwt als een middel tot onderdrukking van de opstandigheid — de ander slaat de kerken in boeien onder het voorwendsel, dat zij den godsdienst misbruiken voor politieke doeleinden."

„Beiden beoefenen den cellenbouw, om het overheidspersoneel onbetrouwbaar te maken. Beiden eischen trouw aan zich zelf, en ontrouw aan de Overheid, als deze anders wil dan zij"....

Aldus een minister voor de radio!

We hebben enkele uitdrukkingen onderstreept, om te doen zien, op wat scherpe wijze tegen politieke partijen werd gesproken, agressief; anders dan „een stellige uiteenzetting of toelichting van politieke beginselen."

Als nu een minister voor de radio spreekt yan: vijandig staan tegenover kerk en godsdienst; „openlijk strijd voeren tegen den godsdienst"; „den godsdienst misbruiken voor politieke doeleinden"; „de kerk in

Sluiten