Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raad gewend in een schrijven, waarvan copie nogmaals hierbij gaat, en waarin het de eerlijke gevolgtrekking van het „neen" onzei delegatie te Genève, inzake de toelating der Sowjet-Republiek in den Volkenbond, duidelijk deed uitkomen.

Onze Minister van Buitenlandsche Zaken, Jhr. Mr. A. C. D. de Graeff heeft toch bij de motiveering van zijn stem, de redevoering van den heer Motta voor zijn rekening genomen, en daarmede verklaard dat Nederland, bij het .bepalen van zijn houding, zich hoofdzakelijk door motieven van religieus-moreelen aard heeft laten leiden.

Hoe de achting, die men ons land allerwegen toedraagt, daardoor in niet geringe mate is gestegen, is ieder, die zijn oor te luisteren legt in het buitenland, bekend.

Wanneer dan ook in bepaalde kringen pogingen worden aangewend om de zedelijke beteekenis van bedoeld „neen" te kleineeren, legt men dergehjk geschrijf met droefheid naast zich neer. Of wanneer anderen in een zaak van zuiver moreelen aard, waarbij elk verschil van richting, kerk en godsdienstvorm wegvalt, toch de „orthodoxe" tegenover de „moderne" levensen wereldbeschouwing gaan uitspelen, dan is men geneigd eenvoudig de schouders op te halen en.... over te gaan tot de orde van den dag.

Pat was dan ook de eerste beweging van ondergeteekende, toen hij in Opbouw (artikel Nederland en de Sowjet-Unie door C. Vermey) de volgende ontboezeming aantrof:

„Wij wenschen ons in het kort bestek dezer beschouwing niet te verdiepen in de vraag of het „tegen" der Nederlandsche delegatie te Genève juist was. Voor orthodox Nederland is dit trouwens geen vraag. In SowjetRusland viert het atheïsme hoogtij, dus

„Christelijk" Nederland had den plicht tegen te stemmen. Zóó simpel lijkt ons overigens de zaak niet.

Terloops mogen wij er op wijzen, dat de houding der Zwitsersche Bondsregeering

Sluiten