Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht gaan spoken, wel getuigt van een gezonde politiek, om van beginselvastheid en cordaatheid maar niet eens te spreken.

Een historisch geval ter verduidelijking mijner gedachte.

Daar leefde te Moskou vóór de revolutie een. groothandelaar van den eersten rang, genaamd R. Hij zag het werken en wroeten der geheime genootschappen en, om vrijuit te gaan in geval van nood, steunde hij jaarlijks Lenin c.s. met een aanzienlijk bedrag. De omwenteling kwam. De kapitalistische „beschermheer" toonde niet de minste vrees; had hij niet sinds jaren de revolutionnaire elementen laten mee-eten asm zijn welvoorziene ruif? Doch Lenin oordeelde anders. Hij overwoog, dat diezelfde man, die hem had gesteund tegen de Regeering, ook nu wel de tegen-revolutie zou kunnen steunen tegen de nieuwe gezaghebbers. Men maakte korte metten met den man, die door zijn dubbel spel- zijn eigen graf had gegraven!.

In hoeverre nu het gevaar, dat in onze onmiddellijke nabijheid woedt, ook onmiddellijk voor de deur staat, valt natuurlijk niet te zeggen.

„De toekomst behoort Gode alleen", roept Victor Hugo Napoleon in een van zijn gedichten toe; maar in dit verband zou ik willen wijzen op de rede, die de heer Douillet kort geleden voor „Gij zijt allen broeders" in de Westerkerk mocht houden, i) Vooral het einde daarvan is merkwaardig. De bekwame schrijver van „Moskou ontmaskerd" trekt een parallel tusschen de overwegingen der ordelievende staatsburgers in Rusland vóór de revolutie en de ordelievende dito in onze landen. En dan eindigt hij met een merkwaardige anecdote, die ook mijn artikel zal besluiten.

*) 25 November 1930.

Sluiten