Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus niet enkel koning, maar ook priester. Over dat priesterschap van den beloofden Davidszoon, „de Spruite", wordt licht verspreid door Jes. 53.

Hij is een priester, die niet komt met stieren en bokken, maar met zijn eigen leven; die zijne ziel uitstort in den dood, met de offerande zijns lichaams. Hij is de priester, die tegelijk offerlam is, als Degene, op wien de Heere „ons alle ongerechtigheid" heeft „doen aanloopen", van Wien het daarom ook verder heet: „als dezelve geëischt werd, toen werd Hij verdrukt."

Zóó verstaan wij, wat daar ligt in die eenvoudige woorden van Johannes: „En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats." „Zijn kruis" was eigenlijk niet „zijn" kruis, maar „ons" kruis: het teeken van den vloek, dien wij ons op den hals gehaald hebben, waaronder wij lagen, vanwege ónze zonden. Maar Jezus heeft het gedragen als „Ziyn" kruis, als had Hij dien vloek verdiend. M.a.w. als onze Plaatsbekleeder ging Hij uit, dragende Zijn kruis. Met volkomen bereidwilligheid, ziende op hetgeen in het Profetische Woord ook is aangekondigd: „als Hij Zijne ziel tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zoo zal Hij zaad zien"! Zóó leeren wij vatten, dat Jezus inderdaad als de Koning der Joden gekruisigd is. Omdat Hij de Koning is, die naar luid van des engels bescheid aan Jozef, „zijn volk zaligmaken zal van hunne zonden".

Straalt ons dan hier niet de heerlijkheid van

Sluiten