Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Saulus, die, op den weg naar Damascus midden in zijne blakende vijandschap gegrepen, de knieën leert buigen voor den Koning der Joden, dien hij bezig was in Zijne onderdanen te vervolgen.

Toch heeft Hij ook reeds op Golgotha zelve zich als gekruisigde den Koning der Joden betoond. Daar heeft Hij immers, in het nauwste verband met Zijn kruis en Zijn kruisdood een boetvaardigen moordenaar den hemel ontsloten, hem verzekerend: „Voorwaar zeg Ik u: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn."

Als gekruisigde is Jezus de Koning der Joden. In drie talen staat het daar te lezen: in het Hebreeuwsch, de heilige taal der Joden, in het Grieksch, de wereldtaal der volkeren rondom de Middellandsche Zee, in het Latijn, de officieele taal van het Romeinsche Rijk.

Verstaat ge, wat zóó naar Gods bedoeling verkondigd werd? Aan de Joden: dat is uw koning, ondanks uw verwerping, aan de Heidenen: dat is de koning, onder wiens schepter gij u moet buigen, zal het u welgaan, ondanks uwe minachting. Aan de Romeinsche machthebbers: dat is de koning, die u te niet maakt, ondanks uw machtsontplooiing. Aan allen tezamen wat de bekende vermaning uit den 2en Psalm zegt: „Nu dan, gij koningen! handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde, kust den Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig

Sluiten