Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort."

Paulus denkt daarbij niet aan den vorm, aan de inkleeding des gebeds, de wijze waarop wij bidden. Hij bedoelt niet: wij weten niet op welke wijze wij bidden zullen om betamelijk te bidden; wij verstaan er ons niet op, „mooi te bidden", zooals de menschen dat noemen! Hij onderstelt niet, dat het gebed aan zekere schoonheidseischen moet voldoen, en wij daarom niet weten te bidden gelijk het behoort.

Neen, hij gaat veel dieper: hij denkt aan den inhoud des gebeds: wij weten niet wat wij bidden zullen overeenkomstig onze werkelijke behoefte, zooals het in de gegeven omstandigheden voor God noodzakelijk is: wij weten het noodige niet van God te vragen, het noodige niet te nemen uit des Heeren schatkameren.

Dat komt daarvandaan, dat wij in den diepsten grond geen verstand hebben van wat ons noodig is. Wij zijn van gisteren en weten niet. Wij doorzien onzen nood niet eens. Wij houden bovendien dikwerf voor heilzaam, wat schadelijk — voor schadelijk wat ons inderdaad heilzaam is. Daarom vragen we ook menigmaal wat ons onnut is, en bidden af wat ons ware welzijn bevordert. Hing het van ons af, er zou in ons gansche leven van tegenspoed en teleurstelling geen sprake zijn, wij zouden der kastijding nimmer deelachtig worden! Inderdaad wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.

Sluiten