Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al is dit echter eene waarheid zoo helder als de dag, zij wordt lang niet altoos en lang niet overal geloofd. Uit onzen aard gelooven wij haar in het geheel niet. Door de ervaring geleerd, willen we nog wel toegeven, dat wij bij tijden niet weten te bidden zooals het behoort; maar dat wij er nu heelemaal geen verstand van hebben, dat klink wel wat kras. Wij meenen uit onzen aard, heel wel eigen behoeften te kennen, ook vrij behoorlijk in staat te zijn, onzen nood bij God bekend te maken. Een ieder steke de hand maar in eigen boezem! Wel zegt menigeen vaak, dat hij niet eens bidden kan, maar is dat altoos naar waarheid gesproken? Als het oprecht is gemeend, zal men deswege in diepen nood verkeeren; doch gaat men niet menigmaal bij zulk eene bekentenis zijn weg als ware er geen zakje in den wind?

De Heere weet echter in Zijne genade zulk eene belijdenis wel als eene oprechte belijdenis te doen voortkomen uit onzen mond en ons hart! Hoe menigmaal is bij ons alles zoo dor, zoo dood, zoo koud, dat er geen sprankje leven, dat er niet de minste beweging is te bespeuren. Hoe menigwerf komt dat niet voor in dagen van nood der ziel zoowel als des lichaams. Dan wenden we ons op ons leger van de eene zijde op de andere, — doch waar we ons ook henen wenden, er is geene rust. De handen staan ons geheel verkeerd, wij kunnen niet eens een enkel woord voortbrengen; er is geen gebed, en wij wagen

Sluiten