Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij van „de zonde" niet los zijn, waardoor het er niets op lijkt, dat wij Gode toegewijd zijn, maar alles ons toeroept: gij kunt onmogelijk de gemeenschap Gods deelachtig wezen!

We voelen het wel: daar is, zoo te zeggen, slechts ééne plaats, waar het waarheid is voor ons: toch geheiligd! En die plaats is slechts figuurlijk gesproken een plaalts. Want het is het werk van Christus, aan het kruis volbracht. Het gaat nu om het levende verband tusschen dat werk van Christus en onze eigen ziel. Op dat levende verband uit zijn, dat is het najagen van de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal.

Zoo krijgen we vanzelf ook antwoord op een tweede vraag, die opkomt, wanneer wij de vermaning uit onzen tekst ter harte nemen: hoe zullen we die heiligmaking najagen?

Door het oog der ziel in de eerste plaats altoos weer heen te wenden naar den heuvel Golgotha. Daar stond eenmaal het kruis; daar buiten de poort der heilige stad, heeft Jezus geleden, „op-

u VHi)»door Zi*n ei9en bloed het volk z°u heiligen". Daar moeten we dus altoos weer de gedachte heenwenden.

Maar daarheen niet alleen. Ook naar boven, naar de Rechterhand der Majesteit. Daar immers is Jezus Christus, de Zoon Gods, in eeuwigheid gezeten, „nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht heeft. Daar hgt dus het bewijs, dat Hij inderdaad door Zijn

Sluiten