Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een geleidelijke vermindering van de aanpldnttng van opium te verzekeren in alle landen, waar de regeering bij machte is daarvoor te zorgen. Internationale samenwerking is hier onontbeerlijk. Geïsoleerde bemoeiingen tot verminderde opium-productie in één enkel land zouden, naar de commissie vreest, kunnen leiden tot verhoogden opium-aanbouw in een ander land, zooals het gevolg is geweest van het in 1927 door de Britsch-Indische regeering genomen besluit, om althans den uitvoer van opium belangrijk te verminderen. Deze stap in de juiste richting, door Britsch-Indië ondernomen, heeft niet geleid tot het verwachte resultaat, d.w.z. de vermindering van de hoeveelheden ruw opium op de internationale markt. De commissie geeft daarom in overweging, dat de Volkenbond een conferentie zal bijeenroepen van de opiumverbouwende regeeringen, om gemeenschappelijk de mogelijkheid te onderzoeken van een verminderde opium-productie en van de vervanging van den opium-aanbouw door een andere cultuur.

Al is de enquête-commissie van oordeel, dat vermindering der opium-voortbrenging onontbeerlijk is, om tot een doeltreffende bestrijding van het opium-rooken te kunnen komen, toch mag de verscherping der actie tegen de misbruiken van opium niet worden uitgesteld, totdat inderdaad de vermindering der opium-productie zal zijn verwezenlijkt.

De commissie meent vooral te moeten aandringen op een krachtiger propaganda tegen het opium-rooken, waarbij de regeeringen gébruik moeten maken van de diensten der pers en van private vereenigingen, die de openbare meening kunnen beïnvloeden. Ook volksopvoeding in het algemeen en de bevordering van sport onder de inboorlingenbevolking kunnen hier goede uitwerking hebben. Anti-opiumvereenigingen behooren voortdurende aanmoediging der regeering te ontvangen. Ook een beroep op de medewerking der onderwijzers tot de anti-opium-propaganda wordt dringend aanbevolen.

Ondanks deze anti-opium-propaganda is echter aan een onmiddellijke onderdrukking van het geheele opium-rooken niet te denken. Zooals ik in mijn vorigen brief reeds mededeelde, is de commissie van oordeel, dat een volstrekt verbod van opium-rooken slechts ten gevolge zou hebben een verhoogden bloei van den smokkelhandel en een botvieren van de behoeften aan opium in het geheim. De commissie geeft de voorkeur aan een reglementeering van het individueele opium-gebruik, om geleidelijk het opium-rooken te

Sluiten