Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verbreiding van de Vereenvoudigde Spelling (1892-1931).

GESTADIGE VOORUITGANG.

Voor de beoordeling van het spellingsvraagstuk is het van groot belang, de verbreiding van de vereenvoudigde spelling na te gaan. Toeneming van het gebruik, ondanks alle belemmering, is het beste bewijs van levensvatbaarheid.

Reeds driemaal hebben wij het terrein overzien: in 1911 1), in 19172) en in 19283). Sedert zijn weer drie jaar verlopen. Dank zij de vele voorgangers, is onder het opgroeiend geslacht de sympathie voor de vereenvoudigde spelling toegenomen, de tegenzin bij de ouderen verminderd. De afspiegeling daarvan vindt men in de lijsten van geschriften, artikels, namen van verèenvoudigers-met-de-daad die in ons orgaan Vereenvoudiging werden opgenomen. Een volledige opsomming zou een lijvig boekdeel vormen. Tot een greep uit de belangrijkste gegevens zullen wij ons in de volgende bladzijden beperken. Om ruimte te sparen blijven de uitvoerige titels meestal achterwege. Vergelijking met de lijsten van 1911 1917 en 1928 zal voor menigeen verrassend zijn. Op volledigheid maakt ook deze uitgave geen aanspraak.

DOEL VAN DEZE PUBLICATIE: WEERLEGGING VAN ONJUISTE MENINGEN BIJ TEGENSTANDERS.

„Bij de groote en goede auteurs komt het Kollewijnisme niet voor; in de leidende tijdschriften niet; in de hoogere en middelbare journalistiek niet, zelfs niet in de toch waarlijk van conservatisme niet te verdenken sociaaldemocratische; evenmin bij de kooplieden, bankiers, handelsondernemingen en bij de beschaafde particulieren." Aldus schreef Mr. F. E. Posthumus Meyjes in een brochure van 1917. Reeds toen konden wij hem met de feiten weerleggen. Na veertien jaren zou zelfs hij dit niet kunnen volhouden. Onze lijsten bewijzen dat de vereenvoudigde spelling bestaat als de schrijfwijze van een vast aaneengesloten minderheid, bestaande uit de meest uiteenlopende kringen. Wat Mr. Zimmerman onlangs als een schrik-

*) Wie gebruiken de Vereenvoudigde Spelling? in 1912 uitgewerkt en met brede toelichting voorzien in de Kritiek op het Verslag van de Staatskommissie. Eerste gedeelte, blz. 24—63.

2) De verbreiding van de Vereenvoudigde Spelling (1908—1907) (71

blz.)

3) Idem (1892—1928).

Sluiten