Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach ik ken al diezelfde zonden,

Ach ik lijd al diezelfde smart Diezelfde „andre kindren" wonden

Mijn kinderhart 1

Ach 'k kom dien tijd niet meer te boven, Hoe ik ook doe en wat ik wensch -

Ik moet toch altijd weer gelooven Aan een „groot mensch"!

Ach 'k ben niet voor „groot mensch" geboren,

Ik leef en hjd als in die jeugd, Ik heb maar één hef ding verloren: -

Die kindervreugd!

O! laat mij dan nog 't leven wanen Zoo mooi als 'k toen het leven zag -

En laat mij met die kindertranen Dien kinderlach!

KIND EN MENSCH Als zij mij weer bezeeren

En menschen doen mij pijn, Dan wil ik soms nog leeren

Om zooals zij te zijn.

Maar ach, hoe zou 'k vergeten

Mijn Weme-kinder-pijo^ v Als zij, die menschen heeten,

Toch eig'lijk kindren zijn.

Dat doet in al dit leven

Het meeste en diepste pijn: Waar menschen kindren bleven,

Als kind een mensch te zijn!

Sluiten