Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLOREN PARADIJS De avond komt naar beneden

En verguldt al dat wuivende loof, Nu waaien door mijn hart de gebeden

Van een lang verloren geloof.

Daar gaan al die kronen aan 't zingen En mijn hjf is met hen vervuld

Van den galm van vergane dingen, En van oude menschhjke schuld.

En rondom mij rijst dat Eden, Die tuin van geluk zonder leed -

Die droom van zóólang geleden, Dat geen ziel er meer iets van weet!

Zij hebbe' eeuwig geweend van verlangen

Óm dat verloren heiligdom, Zij hebbe' er elkaar om gehangen -

En zij hebben het nóg niet weerom!

Ach! wij zijn te vroeg geboren, En daarom doet het leven zoo'n pijn: -

Omdat wij God hebben verloren En nóg niet zijne engelen zijn!

DE GLIMLACH Het was avond op de heide

En de gansche hei was leeg, En de dichte witte hemek

En de heide, en 'k zelve zweeg.

Langs de wolken en de vlakte Ging de eenzame avondwind,

En de heide, en de hemel, En mijn eigen hart was blind.

Sluiten