Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zoeken 't ver: Ik zoek de liefde en dien gloed, Die altijd brandt en nooit beschadigt, De diepe bron, die immer zoet, Toch immerweer mijn dorst verzadigt -

Maar ach, van elke nieuwe min

Proef ik het einde in 't begin 1

„Gij zoekt - en elk gevonden hart Verliest gij reeds bij het ontvangen, Omdat ge, in dgenmin verward, Slechts hefde voelt voor uw verlangen: De Hefde, die gij 't leven vraagt, Bloeit in het hart dat ge in u draagt 1"

Wij zoeken 't ver: Wij zoeken een gedroomd gelaat In 't driftig leven te bereiken 't Geluk, dat immer vóór ons gaat En immer verder schijnt te wijken,

En tusschen stage vrees en hoop

Gaat onze rustelooze loop;

Wij zoeken en vergaren 't goud, Dat we immer de' andren dag zien blinken, Om eindhjk, afgeteld en oud, Op onze schatten neer te zinken; Wij blinden: - ook het kleinste stuk Droeg toch den beeld'naar van 't gelukl

MIJMERING 't . Wordt stil - en als een stille droom Komt de avond om mij heen, En zachtjes ga ik droomend aan Den weefstoel van 't verleên.

En zachtjes tel 'k de dagen weer, Die door mijn vingers gleên -

Sluiten