Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie graaft de glinsterende kolen, Wie schept het schitterende zout, Wie haalt uit diepe duistre holen Het gele glanzend zachte goud -? Dat zijn die in het donker graven, Dat zijn de slovers en de slaven, Dat is de zwarte kameraad Dat is de daadl

Wie zijn het die de wereld tooien Met hunne wapperende vlag, Die roode bloesems om zich strooien Gelijk een eeuw'gen lentedag -? Dat zijn de werkers en de wakers, Dat zijn de sterken en de stakers, Dat zijn de mannen van de straat Dat is de daadl

En wie die hunne vaandels vlechten Tot éénen rozerooden band, Die voor een nieuwe wereld vechten En sterven voor 't beloofde land -? Dat zijn de muiters en de makkers, Dat zijn die taaie rooie rakkers, Dat zijn de sloopers van den staat Dat is de daad!

HET ORGEL Een orgel! - hoorl Dat klotst in je oor En door je bloed Dat doet je goed Zoo'n ouwe dreun! Dat 's nog die deun Van - wacht - nee - och Waarachtig toch: Dat is zooals

Sluiten