Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Het is een weinig omvangrijke taak, en toch valt het mij zeer zwaar, dit allerlaatste en onvoltooide werk van den te vroeg gestorven vriend in te leiden.

Menigmaal schreef ik over zijn werk; over bijna al zijn werk schreef ik, van zijn onvergehjkehjk bloeiende jeugdpoëzie af, tot aan zijn „keerende kudde" toe, dat boekje vol voorgevoel van den Dood.

Nu - blijft mij niets anders over dan voor U, zijn lezers, eerbiedig neer te leggen dit onvolschreven testament.

Testament, getuigenis en saamvatting, van een der meest edele kunstenaarslevens uit onze nieuwere letterkunde.

Had hij in „De Tors", zijn laatste, voltooid nagelaten gedicht, zijn eigen droom van verlossing door de Schoonheid tot een monumentaal Beeld geschapen, - in deze spreuken richtte hij zich tot de geestelijke en tot de maatschappeUjke leiders der menschbeid, om hun te spreken over hun leven, hun werk, hun plichten.

En bij het volbrengen van dezen, zijn laatsten plicht overviel hem de Dood.

Er is in deze korte uitspraken, in deze geboden, een indrukwekkende ernst, een heilige drang, die U den kerngezonden man, nog in de volle kracht van zijn leven, doen zien, schrijvende onder een hoogere bestiering, - zonder te weten, en toch (het moet wel zoo zijn) diep-in bewust, dat bij schreef in de lichtende schaduw des Doods.

„Gevleugelde Spreuken" noemde hij ze; niet omdat hijzelf voorzag, dat meer dan ééne ervan inderdaad „gevleugeld" zal blijken; maar eenvoudig om het beeld van den zingenden leeuwerik, waarmee het bundeltje opent *).

In deze laatste eenzame volzinnen, deze zachte en strenge

*) Toch moet hij geweifeld hebben of niet die titel kon worden misverstaan, en schreef er enkele varianten naast: „Zingende Spreuken", „Pragmatische Spreuken", „Geslepen Steenen"... Nu niemand den gestorven dichter meer van deze ijdelheid verdenken zal, werd het opschrift behouden, dat meer zegt dan hijzelf erin wilde zien.

A. v. S. Gedichten, ade druk I9

Sluiten