Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buske. Alla, Jan Olie vat zijnen borrel. Nu klinken zij zeer voorzichtig. Op den santé van het keind. Da ge er nog veul meugt krijgen, Simon! Simon grinnikt. Joep! Jan Olie zijn glaaske is leeg. Dan, mee den feilen en zoet brandenden smaak van den brandewijn op de tong, smakt hij mee deugd aan zijn pijp. Simon Wijnands kan er zeker niet zoo vlug mee overweg. Hij zet zijn glaaske neer op het zink en 't is nog half vol. 't Is stil. Er tikt een klok in 't leege vertrek. En buiten is er wat wind. Toe, Simon Wijnands, drink 'es leeg. Vooruit! Nadien schenkt Doreke Moes weer in. Zij staat daar, 't wijfke, mee opgestroopte mouwen en d'ren blauwen scholk en d'r morgenmutske met zijn pijpeplooikes achterwaarts. Ze heeft zoo'n vernijnige gezicht j e een, daDoreke Moes, vernepen en tanig, maar mee een paar vlugge steek-oogen. Jan Olie, van klaarlouter gekkigheid, knipt een eugske tegen haar en hij zegt deftig: Doretje! Hij zet er zijnen mond toe, Jan Oüe. Ha! ha! Het tweede glaaske is nog vlugger leeg dan 't eerste, 't Gaat als de kernijnen. 't Is vreemd, zegt Jan Oüe. Als gij nou nog eenen keer tracteert, zegt ie tegen Simon Wijnands, dan tracteer ik terug mee een glas, zegt hij. Het gebeurt. Zij tracteeren elkaar. Zij kijken elkaar stü in de oogen en kijken in elkander's wijze lach en drinken. Simon Wijnands moest dit eigenlijk niet doen. Hij, de jonge vader, waarom staat hij hier en drinkt borrels? Hij neemt ze van het geld voor den huishoud af. Hij neemt het van de vrouw af en van het keind en van zijn eigen brood. Wat ziede ge, als ge zoo'n blinkend glaaske vlak bij oe oogen houdt? Een helderheid, een diepte van lichte klaar-

Sluiten