Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegen kost. Want waarachtig, het was geenen kegelbol en geenen beugelbol, da was allemaal maar dwaasheid geweest, het was nou 'nen echten globe, astebhef.

Jan Olie had van 't najaar den hof bij den pastoor

en den hof bij meester Bladder omgespaaid en hij had er zijn belooning voor gekregen. Den pastoor had hem zijn stuivers gegeven, en aangezien de lange Fried Munsters, den doodgraver, korts overleden was en zelf ten laatste mee een kistje den grond was in gestopt had den pastoor gezeed:

Ge kost wel doodgraver worre, gij, Jan.

't Is best en bedankt, had Jan gezeed.

Awóé, zee de pastoor. _En meester Bladder, die edele en goedaardige man, die had Janne den reeds lang beloofden globe meegegeven.

Astebhef, beste Jan, de staatkundige grenzen zijn wat veranderd, maar de globe is nog heel geschikt.

't Is best en bedankt, had Jan gezeed.

Geen dank, hoor vriend, had de goede meester Bladder gezeed en hij het Janne de deur uit en lachte stil, breed en mild.

Nou staat Jan Ohe, den olieman, den smokkelaar

en doodgraver, hij staat boven den aardbol en tuurt er op. Hij heeft het wijd zat gebracht in dit leven en Jan lacht, hij heeft nog geen grafke gegraven en 't eerste, dat er aan te pas komt, dat zal hij zelf niet graven, nee, hij zal er zelf in worre gestopt, sakkerju! Wat zegt hem den aardbol? In de lichtblauwe vakken van de zeeën mee de zwarte letters liggen de begrensde werelddeelen. Jan ruikt mee zijn scherpe

Sluiten