Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het kind krijgt een dik-rood hoofd, en gloeiende oogleden. Ze merkt het best: haar oogleden krijgen een kleur. „Lieve Heer, help me, help me," bidt ze verschrikt, „laat ik nou niet moeten huilen." Ze kan het ook nog wel inhouden, dat huilen, als ze haar oogen maar strak op éen punt houdt.

„Als je dan Ant neemt," pocht Vader, „Ant, die als 't ware de Bijbel van-buiten-kent, de koningen van Israël van voorst tot achter en van achter tot voorst...."

„Nou. .. och!", gichelt Ant afwerend, maar ze glimt van genoegen.

„Ja," geeft Dominé toe, „Ant, die heeft 'n helder verstand."

„En die kleine jongen van ons ", wil

Vader dan weer opsnijden.

Maar de ouderling weet daar ook al van. „Dat jongetje slaat zoo maar 'n klas over op school, hee? 'n Lieve-lust!, allemaal even bijde-hand! En dat er dan zoo-éentje bij moet wezen, die niks kan, heelemaal ontbloot van eenigerlei gave."

Het kind haar mond doet al raarder, haar kin schokt, en haar wangen bibberen.

Moeder praat op een sussenden toon. „Kom, zij zal ook haar best wel gaan doen, beter opletten in 't vervolg, is 't niet, Zus, is 't niet?"

Sluiten