Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tionen der reinen Synthesis, des mathematischen Denkens". Vrgl. ook de toespraken van James H. Jeans te New York en Londen („Unsere Welt," aant. 13 en „Fortnighdy Review", 1933) in hetzelfde verband idealistisch geaccentueerd, „essepercipi" (Berkeley). Zie verder mede den strijd tusschen Formalisten en Intuitionisten op mathematisch gebied (Brouwer, Mannoury, Weyl, Vollenhoven enz.). ') Jaargang 1933, No. 4, blz. 159. ») S. 56.

•) Vrgl. hierbij Schopenhauer's „Werke", Ed. Reclam, Leipzig, I, bij den aanvang: subject en object zijn in de wereld der voorstelling correlata. Vermoedt Dr. Rudolf Steiner in zijn „Philosophie der Freiheit" bij den Phil. Anthrop. Verlag Goetheaneum, Dornach, 1939, S. 103, dat mede bij dengene, die „seine Vorstellungen auf wirkliche Dinge bezieht: das Leben selbst — alles wissenschaftliche Interesse (muss) verlieren", zoo merken wij op, dat dit niet steeds het geval behoeft te zijn. Het betrekken van het menschelijk bewustzijn op (Goddelijke) Werkelijkheid (hetzij men van „Ding an sich" als Wezen, hetzij men daarvan, als Von Hartmann, spreekt als van het enkele gegeven) bedoelt in den grond om in deze, de Goddelijke Werkelijkheid het gemeenschappelijke van de menschelijke (individueele) bewustzijnskringen te vinden.

10) Anthropologie, § 5 „Von den Vorstellungen, die wir haben, ohne uns ihrer bewusst zu sein".

") „In der Fahigkeit der Negation besitzt der Gedanke die Fahigkeit, auch das Negative seiner selbst zu setzen, aber es ist ein positiv Undenkbares, ein willkürliches Spiel, eine ohne Recht errichtete Schranke, so lange das Positive nicht gefunden ist, welches diesen Unbegriff erfüllt" „(Kritische Grundlegung des transzendentalen Realismus". 4e Aufl., V „Transzendente und immanente Causaltat" tegen het slot. ") Vrgl. Joh. 1 : 1 v.

18) Vrgl. Schopenhauer „Werke", I, S. 40. Onderscheiden moet voorts worden het individueele bewustzijn en het bewustzijn als zoodanig. De vraag, in hoeverre het begrip „kracht" met of zonder Einstein uit de natuurbeschouwing zou moeten worden verbannen, behoeven wij hier niet nader te overwegen (vrgl. o.a. de in aant. 6 vermelde voordracht van James H. Jeans over

Sluiten