Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

") „Kritik der Urteilskraft", L § 14 in het „Spiel" zien wij uiting der beweeglijkheid, der actualiteit. „Kr. d. R. V-**, I Th, 2 Abschn., § 7: „lm Raum, an sich selbst betrachtet, ist aber nichts BewegHches: daher das Beweghche etwas sein muss, das im Raame nm dnrch Erfahrtmg gefunden wird, nrithin ein empirisches Datum", Waarbij men onder meer nog zou kunnen wijzen op Paulsen's (a. a. O-, S. 170) toelichting, dat bij de aanschouwingsvormen der werkelijkheid in het subject is te denken „an Funktionen der Anordnung des Mannigfaltigen der Empfindung, die nur in der Funktion selbst Wirkkchkeit haben". Voor linker- en rechterhandschoen enz. vrgl. Kanfs „Prolegomena**, § 13, Slot. In de hiervoor vermelde „Kommen tar", tot de „Prolegomena**, S. 129 voegt Apel toe: „Doch würde das Sternenheer nur insoweit im transzendentalen Bewusstsein beschlossen sein, als es der allgemeinen Gesetzmassigkeit dies es Bewnsstseins unteriiegt. Im übrigen sind Grosse, Ort, Farbe us.w. empirische Bestimmtheiten der Gestirne". EEer valt voor den opmerkzame de door ons gemaakte onderscheiding: idealiteit en actualiteit nadrukkelijk in het oog. De in den bewustzijnskring verschijnende orde van den sterrenloop kan in het bijzonder worden teruggeleid tot de ideëele bepaaldheid van dien loop, terwijl de verder genoemde „empirische Bestimmtheiten*' meer in het bijzonder heenduiden naar de actualiteit, die èn den bewustzijnskring zelf èn de daarin voorkomende gesteldheid van het sterrenheir verwekt. **) VrgL E. Husserl o-a. „Ideen zu einer reinen Phanomenologie und phanomenologischen Phüosophie", „Jahrb. für Pbil. und

phaenom. Forschung", Band I, Theil I, nader S. 56 „ setzen

wir in Klammern: also diese game natmliche Welt, die bestandig „für uns da", „vor handen ist" ", vrgl. Loen, t.a.p-, blz. 155. «) VrgL oa Dr. J. L. Snethlage,^Proeve eener kritische Godsdienstphüosophie", bij Van Loghum Slaterus en Visser, Arnhem, 1024, o.a- blz. 5: „Wij stelden vast, dat de kritische philosophie geen wereldbeeld wil scheppen, maar zich op de wetenschappen richt en deze op haar geldigheid wil onderzoeken." Wij mogen ter kennismaking ook wijzen op de „Annalen der criüsche Phüosophie", I en II, bij Van Gorcum en Co. te Assen uitgegeven door het „Genootschap voor eolische Phüosophie**, zie onverder Dr. Snethlage's werk „Kritische Phüosophie, Theologie

Sluiten