Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1U) Ook termen als „Gods Vrijmacht" zijn daarom, phaenomenologisch verstaan, zoo veelzeggend van zin, meer dan de uiterlijke maatstaf van heer en knecht, loon en straf, verdienste en eigen werk enz. kan inhouden. "•) Col. 2 : 8.

104) Daarom gaat ook naar het phaenomenologisch te constateeren bewustzijn het besef aangaande het transcendent of abstract heteronome vooraf aan het besef aangaande het immanent of concreet autonome, niet alleen in empirischen, philosofischen maar ook in religieusen, theologischen zin, vrgl. Jer. 31 : 33 v.; II Cor. 3 :3; Hebr. 10 :16. De wet op steenen tafelen „gegeven" is daarom „tuchtmeesteres" tot de waarheid in het vleesch „geboren" (Joh. 1:17; Gal. 3 : 24 v.). De voortgang gaat: van het accent van het Heidensch autonome (Rom. 2 : 14 v.) door het Israëlietisch heteronome tot het HeidenschIsraëlietisch-Christelijk autonome naar den Geest, dathet physisch autonome door het ethisch heteronome tot het spiritueel religieus autonome heeft verwonnen.

los) In het zoo pas bij eerste aflevering verschenen „Theolog. Wörterbuch zum Neuen Testament" onder redactie van Gerhard Kittel bij W. Kohlhammer te Stuttgart, 193a, wordt sub voce „agathos", S. 15 en wel in verband met N. T. beschouwingen opgemerkt, hoe de zonde, die den mensch bezit en beheerscht „die Wirklichkeit seiner Existenz" is.

loe) vrgi4 hierbij het Duitsche „Sollen", „Sein" en „Müssen". 10') Joh. 16 : 8; zie voor het op blz. 71 geciteerde woord van Hegel zijn „Encyclopaedie", § 249.

"*•) Zoo wordt ook door de Christus tegenover den Pinksterleeraar Petrus getuigt, Lukas 22 : 32. "•) Hand. 17 : 26. 114) Efeze 6 : 12 enz.

U1) Het spreekt wel van zelf, dat deze onze uitdrukking: „vrije" daad niet is bedoeld om het probleem der wilsvrijheid of gebondenheid te benaderen maar slechts als aanduiding van het verantwoordelijke karakter van het redelijk-zedelijk wezen, naar welke „wet" der vrijheid (Jac. 1 : 25, 2 : 12) of gebondenheid het zich ook bewijzen moge.

Het geloof aan den „alastor" bij de Grieken, aan den „satan" bij de Perzen, Israëlieten en Christenen houdt dus, als heen-

Sluiten