Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldus tot rust gebracht. Men zegt wel: gedachten kunnen zich laten verzoenen maar de zonde (als absoluut verschijnsel l) laat zich aldus niet door redeneering te niet doen. Natuurlijk niet. Maar, allereerst is de zonde (hoewel diepgaande) niet „absoluut". Absoluut is alleen God in Zijn Algenoegzaamheid! En dan ook, in de tweede plaats: zonde, zeker! laten zich niet als paradox bedienen, maar toch, zonden worden wel „verzoend" (dat is eerst recht Christelijke belijdenis!), dus toch ook weer, op Gods wijze, „opgeheven in hooger", zij het ook niet op dezelfde wijze als de gedachten. Gods gedachten, woorden en werken zijn „Geest en Leven" (Joh. 6 : 63), daarom zijn ze „wonderlijk" (Jez. 28 : 29 enz.), paradoxaal in spanning maar worden uit tweespalt en strijd (Matth. 10 : 34) „vreedzaam" (Jer. 29 : 11) voortgaande, d.i. procesmatig tot rust gebracht, naar willen (Joh. 12 : 50) en kennen (Joh. 17 : 3) uit de Eéne, Eeuwige Openbaring.

"•) II Cor. 5 :17; Gal. 6 :15.

"*) In verband met de Goddelijke Scheppingswerkzaamheid wordt gesproken enkel van „Geest", in verband met de Goddelijke Herscheppings- of Heilswerking van „Heiligen" Geest. Zoo ook de bijbelsche uitspraken, vrgl. o.a. Gen. 1 : 2 en Lukas 1 :35.

138) wijzen nader op de merkwaardige uitspraak van Calvijn: „Idem Spiritus qui per os prophetarum loquutus est, in cotda nostra penetret necesse est, ut persuada^t fideliter protulisse, quod divinitus erat mendatum" („Institutio", I, 7, 4), voorts ook Art. V der „Confessio Belgica" en Kuyper's verbinding tusschen palingenesie en wetenschap, Hfdst. II zijner „Encyclopedie enz."

Woorddrijverij leidde en leidt tot kruisiging van het leven, den Levenden Christus, zooals ook Jezus niet door de sterrenwichelende wijzen uit het Oosten, noch ook door de droomen droomende vrouw van Pilatus, noch ook door Pilatus zelf als scepticus, is verworpen maar door de Schrifthandhavers als uiterlijke letterknechten en wethouders (die zelfs met den kindermoordenaar teksten doorzoeken, Matth. 2 :4). Hoe Geestdrijverij tot bandeloosheid leidde en leidt, bewees de historie uit de Doopersche uitspatting (Jan van Leiden enz.). Ook hier dus heeft de phaenomenologie der mentaliteit veel te zeggen en te leeren.

Sluiten