Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerstvreugde

Kerstvreugde.

Van geen enkel feest gaat zulk een aantrekkelijkheid — wij schreven bijkans betooverende kracht — uit als van het zoo intieme en toch zoo grootsche en ondoorgrondelijke geheim van den Kerstnacht.

Hoe droef is anders de donkere nacht. Wil Homerus een droevig voorval, een treurend gelaat schilderen, dan gebruikt bij de kernachtige uitdrukking «aan den nacht gelijk». En terecht, want de nacht is de ontkenning van licht, leven en blijdschap, de kostbaarste goederen dezer aarde.

Doch de hoogheilige Kerstnacht is volgens Vondels dichterlijke uitspraak «schooner dan de dagen», wijl in dezen nacht «de goedertierenheid en menschlievendheid van God onzen Zaligmaker verschenen is » *, En dat vergoedt ons immers elk gemis.

«Ik verkondig U eene groote blijdschap » zoo klinkt het nog — evenals weleer uit engelenmond over Bethlehem's velden — uit den bronzen klokkenmond te middernacht over de sluimerende stad.

En allen, die door vrome beleving van den Advent de genade van het Kerstfeest verdienden, snellen ter kerke; en de Nachtmisgangers trotseeren gaarne koude en vermoeienis omwille der zoete vertroosting, zoo lang verbeid.

Hoe vol blijde verrukking verdiepten zich de heiligen in dat ondoorgrondelijke Kerstgeheim. Franciscus, Cajetanus, Alfonsus, Gertrudis en Mechtildis : het noemen dezer namen roept ons de zalige oogenblikken voor den geest, door deze uitverkorenen tot verblijding van heel hun wezen in den Kerstnacht doorgebracht; oogenblikken, waarvan de geschiedenis gewaagt en welke zij met sidderende hand beschreven heeft tot stichting van ons allen.

i. Tit. 3, 4.

Sluiten