Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verduren. De grootere jongens kwelden hem onophoudelijk en jouwden hem uit als hij schreide. De groote mannen keken onverschillig toe.

Welk een enorm verschil bij thuis 1 Geen mensch die er hier op hem lette. Wilde hij schoolgaan, goed dan ging hij naar school. Verkoos hij thuis te blijven: niemand die er iets van zei. Het was vuil en onzindelijk in het mannenhuis. De sirihkauwers spuwden op den grond, en geen was er, die dat reinigde. Het eten was onsmakelijk en slecht toebereid. Niemand was er ook, die den kleinen jongen eens behoorlijk onder handen nam, lichamelijk of geestelijk.

Gelukkig hield hij veel van baden en plassen; geregeld kon men hem in of bij de rivier vinden.

En nimmer kwam het bij hem op, de inlandsche school te verzuimen! Ja, hij maakte daar zulke prachtige vorderingen, dat de goeroe (onderwijzer) op zekeren dag in het Moederhuis verscheen en zich aanmeldde bij Iman's grootmoeder. — Wat hij daar over den kleinen bengel vertelde weet ik niet, maar kort daarop werd Iman bij de oude vrouw geroepen, die hem vroeg of hij lust had naar de „Sekola Radja" te Fort de Koek te gaan! Zij, grootmoeder, zou het betalen, in zooverre de toelage van het gouvernement (die betrekkelijk gering is) te kort schoot.

Welk een verrassing, welk een vreugde voor den kleinen Iman. Hij had veel van de Sekola Radja gehoord. Dojo, de oudste zoon van den goeroe studeerde er. Maar dat hèm, Iman, dit groote geluk nog eens zou te beurt vallen, dat had hij nooit durven droomen. Intusschen uitte hij zijn blijdschap niet in juichen, dansen en springen, zooals wij Westerlingen gewoon zijn. Een

Sluiten