Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TROUWPARTIJ BIJ DE PAPOEA'S.

Op een open plek in het mangrove-woud, diep in. Papoea-land gelegen, stond een groepje vrouwen... te schreien. Wat was toch wel de oorzaak van haar droefheid?

Het Nieuw-Guineesche landschap lag zich te koesteren in den zonneschijn. Bontgekleurde vogels kwetterden in 't dichte loof. Statig welfden zich de sierlijke palmen boven 't effen water van de kreek, en beschouwden aandachtig hun beeld in 't heldere nat. Natuur gaf dus geen aanleiding tot droef zijn.

Wat die schepsels dan toch deed weenen?

Wel — in haar midden zat een meisje, met fel-rood geverfde haren, waarin fraaie bloemen waren gestoken. Haar gansche lichaam was behangen met strengen kralen en bonte schelpen. Die roode kleur van het anders zoo gitzwarte kroeshaar was te danken aan liefhebbende bloedverwanten. Zij hadden volgens een oud gebruik een weinig pap — gemaakt uit de fijngestampte zaden van een klimplant — in den mond genomen, en dit daarna — bij wijze van zegening — in 't haar van de bruid gespuwd.

Want dat meisje ging dien dag trouwen. Deze plechtigheid, die bij ons te lande zoo vroolijk gevierd wordt — behoort bij de Papoea's vergezeld te gaan van luid geweeklaag. Schreiend en zuchtend verzamelden zich de vrouwen en meisjes rondom de bruid.

Sluiten