Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart... benijdde hij de zoutverkoopers en de menschen uit Fadoro. Want op Nias meent men, dat degeen, die een ander het leven beneemt en zich meester maakt van diens hoofd (waarin zijn ziel woont) daardoor zijn eigen leven verlengt. In elk geval heeft de sneller na zijn dood dan een of meer dienaren gekregen. Want de ziel van den verslagene moet die van zijn moordenaar als slaaf dienen.

Daarom benijdde hij de booswichten. Het valsche en verraderlijke van hun handeling drong niet tot hem door. Hij wist echter, dat de „Keumpenie" 't snellen verbood, en dat deze patrouille er op uitging, de misdadige dessa te straffen. Wali wist ook, dat verzet niets zou geven, en daarom ging hij met gelatenheid op zoek om dragers te vinden voor „de Keumpenie".

Den volgenden morgen ging de kolonne vroegtijdig op marsch. De weg liep meest door ondiepe beekjes en rivieren. Want wegen beschouwt de Niasser als overbodige weelde.

De kampong Fadoro, die tegen den avond bereikt werd, bleek verlaten. De brave kampongbewoners bleken toch iets als schuldbesef te bezitten. Hoe thans in contact met de vluchtelingen te komen? Wali Benoewa wist goeden raad! De mannen van „de Keumpenie" moesten zich in de hutten terugtrekken — zei hij. Daarop dienden de koelies groote vuren aan te leggen en dan daarom heen te dansen en te zingen. Zoodoende gaf „de Keumpenie" blijk van haar vredelievende bedoelingen. Aldus geschiedde. Hand in hand dansten de koelies rondom het vuur, terwijl ze uit volle borst zongen. Niet lang duurde het, of van uit de verte werd dit gezang beantwoord.

Sluiten