Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ditmaal den dienst. Gelukkig dat hij nog kon schreeuwen en daardoor zijn gezellen waarschuwen. Juist op het oogenblik, dat mevrouw kewó den harigen arm uitstrekte om Daoet bij zijn Dajakschen nek te pakken, joeg de kontroleur haar een kogel door den kop De oerbosch-bewoners hadden blijkbaar te veel op hun geweldige lichaamskracht vertrouwd, zonder de uitwerking der verraderlijke vuurwapenen te kennen.

Nu het gevaar geweken was, bestond er voor onze woudloopers geen enkel beletsel meer om hun reis te vervolgen.

Toch aarzelden ze. Er was iets dat hen weerhield. Af en toe meenden ze een eigenaardig geluid te hooren, dat het midden hield tusschen het gemiauw van een kat en het geschrei van een baby. Ze wilden weten waar dat geluid vandaan kwam. En zie, na eenig zoeken vonden ze een heel kleine kewó, nog slechts een paar maanden oud, die blijkbaar angstig om z'n moeder kreet.

„Komaan, Daoet!" sprak de kontroleur. „Geef vandaag je rubberoogst er maar aan en laad het beestje in je draagkorf. Ik neem het mee naar mijn woning. We zullen zien of we het groot krijgen."

Toen na een langen dagmarsch de kontroleurswoning werd bereikt, was het gansche gezin er over uit, dat een jonge orang-oetan een lief diertje is. Mevrouw, de kinderen, de bedienden stonden vol bewondering den kleinen woudbewoner aan te staren. De eenigste die allesbehalve op zijn gemak scheen, was de kleine kewó zelf. En toen men hem uit de mand nam, zette hij een paar smeekende oogjes op, alsof hij zeggen wilde: „als

Sluiten