Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breekt de rookpluim van een stoomer. Doch weldra herkent hij het vreemde ding: 't is de motorboot van een blanda, gelijk hij er een gezien heeft in de haven van Makassar.

De boot stevent recht toe op de monding van de Tji-Pinto, en daar woont slechts één man: Topo Ladjoe.

Wat kan de blanke heer, die nu reeds duidelijk te onderscheiden valt, hem te vragen hebben? Waarom komt die Hollander zijn vredige rust storen? Wie verried hem zijn woonplaats?

Ook Tamil is opgestaan en begint zachtjes te janken. Hij raadt de ongerustheid van zijn meester.

De boot is geland. De heer in khaki komt aan land, gevolgd door twee inlanders. Ze wijzen op Topo. Hij zal het nu spoedig weten...

Wel, het is, zooals hij heeft vermoed. De blanke wil jagen op den sapi oetan, en hij Topo, de ervaren jager moet mee. De blanda ziet op geen ringgit (riks) meer of minder.

Maar Topo is niet voor niets een asceet. Hij weigert botweg om mee te gaan. De rimboe is groot. Laat de toewan blanda trekken werwaarts hij wil. Topo verlangt slechts alleen te zijn.

De blanke staat perplex. Een inlander wien het geld onverschillig laat. De Hollander ziet eens om zich heen. Een propere omgeving. Hij begint iets van de waarheid te vermoeden.

Topo Ladjoe op zijn beurt bekijkt aandachtig het prachtige tweeloops jachtgeweer en voor 't eerst van zijn leven voelt hij iets als jaloezie in zich opstijgen.

De blanke spreekt woorden van waardeering en vraagt belangstellend naar het leven in de wildernis.

Sluiten