Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand in dc centra is precies gelijk aan die in de meest afgelegen streken. In October 1929 schreef een waardig en bescheiden geestelijke: „Voorloopig leven we nog en zijn gezond, maar het leven wordt zwaar door de verhoogde belastingen: ik had onlangs aan landbouwbelasting 342 roebel te betalen. Eigen middelen had ik niet, dus moest ik schulden maken; maar wanneer moet ik die afbetalen? De nieuwe belastingen komen alweer. De kerk heeft meer dan 400 roebel aan verzekering te betalen, en over een korten tijd, zegt men, zal het bedrag tot 1000 roebel verhoogd worden — dat zal de gemeente ternauwernood kunnen opbrengen. Maar dan wordt de kerk gesloten en voor cultuurdoeleinden gebruikt. Wat er dan verder komt, weet God alleen; de kerkelijke arbeid staat op 't punt ten onder te gaan. Ik ben beroofd van al mijn rechten; niet eens de kinderen, die bij mij wonen, hebben recht op coöperatiewaren. In de coöperatie worden wij niet opgenomen, onze toestand wordt steeds hopeloozer. Met ons omgaan beteekent voor de Sowjetbeambten een misdaad, die hen in sommige gevallen hun ambt kost: zoo zijn wij verafschuwd! Dat is nu ons leven! Ik moet dadelijk 136 pud (is ongeveer 44 centenaars) koren leveren, maar ik heb niet eens 2 pud. Kan ik dat niet nakomen, dan staat mij een straf in het vijfvoudige bedrag te wachten, — dat is mijn algeheele ondergang. Ons huisgezin is ontbonden; de kinderen zijn op de straat; hen ergens onder te brengen is ons onmogelijk gemaakt."

En zoo is het overal. Uit een andere streek schrijft men in December 1929: „De kerken zijn bijna alle gesloten; van onze kerk heeft men een districtscultuurhuis gemaakt, met een gaarkeuken, en een tooneel daar, waar het hoogaltaar stond. Den ouden geestelijke heeft men zijn huis uitgezet, hij zit nu in de gevangenis. Onze molenaars hebben 4 jaar gevangenisstraf gekregen, hun molen en verdere bezit heeft men hun ontnomen. Ons (n.1. een 70-jarige koster met zijn kinderen) gaat het al even slecht; we hebben nog maar 2 pud meel; niemand verkoopt ons iets, omdat iedereen daar streng voor gestraft wordt."

Samenvatting: de huidige toestand van de Russische kerk is doodelijk, haar toekomst is zonder vooruitzichten. Alle levende krachten van de kerk worden langzamerhand vernietigd en vervangers zijn er niet. De vraag naar het nageslacht verdiende afzonderlijke behandeling, voldoende is de korte en bondige vaststelling: er is in Rusland geen opleiding van geestelijken meer. Keert zich de duisternis reeds tegen iedere „geloofsvorming", hoeveel te meer tegen iedere theologische vorming. Reeds principieel is ze niet toegestaan, in werkelijkheid is ze er niet eens. Alle „geestelijke" scholen zijn reeds dadelijk aan het begin gesloten en niet meer toegelaten. Privaatonderwijs is verboden en wordt met

Sluiten