Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de, met fanatieken haat, „van God ontsmette scholen". De bespionneering van het oude geslacht begon, een gisting in de families die onheilspellend steeds meer om zich heen vrat. De geweldhebbers meenden nu met meer kans op succes tot den grooten aanval op religie en huisgezin te kunnen overgaan, de Nep werd geliquideerd. Wat er nu gaat komen, wist iedere Duitsche kolonist: de slotacte van het treurspel begon.

Verwijlen wij nog een oogenblik bij de „adempauze", die den Duitsch-Evangelischen vergund was. Wij moeten ons nog eens bezighouden met de vraag hoe het met de kerk ging onder de geschilderde omstandigheden. Dat men op het land een tijd van hoogsten nood beleefde en dat de communistische orgiën ook hier naar bloed dorstten, werd reeds gezegd. In één geval kunnen we de bijzonderheden vermelden; dat kunnen we niet voorbijgaan. Het is de vermoording van den predikant Siegfried Schultz, die ons geschilderd wordt als een stille, teruggetrokken, en toch warmvoelende, goedige man met een teer gemoed. Hij was na een korte opleidingstijd in Leningrad aangesteld en in 1925 naar de Omsker kolonies gezonden. Wij laten hier het bericht volgen van ooggetuigen bij zijn dood: „Op den 25en Augustus 1926 had Schultz met een stoomboot de reis van Omsk naar het 300 K.M. verder gelegen stadje Taara aangevangen, om vandaar verder naar een kolonie te reizen. Hij vermoedde niet, dat bij zijn vorige bezoek één daar wonend Estlandsch communist, Puusepp, in grenzenlooze woede ontstoken was; hij had een prediking van hem aangehoord, en had, zooals hij zelf bekende, in groote verbittering gezien hoe de menschen bij drommen naar de godsdienstoefening stroomden. Toen had hij ingezien, dat zijn, in opdracht van de plaatselijke Sowjetmacht, gedane opruiingswerk tevergeefsch was geweest. Hij vroeg ontslag uit zijn ambt, wat hem ook gegeven werd. Nu hoorde hij, dat de man dien hij uit den grond van zijn hart haatte, weer in Taara was en zelfs in hetzelfde huis zijn intrek had genomen als waar hij woonde. Op den morgen van den 27en Augustus, enkele uren na zijn aankomst in de stad, begaf zich Schultz om enkele zaken af te handelen naar de politie, vergezeld van een kennis. Teruggekeerd, verliet hij nogmaals, maar nu alleen, om 12 uur zijn woning, om te onderzoeken of het voertuig dat hem uit de kolonie tegemoetgezonden zou worden, er al was. Deze gelegenheid benutte Puusepp. Nauwelijks had de predikant het huis verlaten of hij vuurde achter zijn rug een revolver op hem af. Ik kwam juist van de markt en hoorde drie schoten... een mensch schreeuwde luid twee- of driemaal. Ik snelde er heen en zag onzen geliefden predikant op den grond liggen, naast hem lag zijn stok... Ik stond een oogenblik sprakeloos, ik dacht mijn bewustzijn te

Sluiten