Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakelijk schijnen. De bourgeoisie kan zich evenmin van goden losmaken als van kapitaal en macht. Ze verandert slechts nu en dan haar godheden naarmate ze verweeren en niet meer deugen om de

massa dom te houden " Elke religie (afb. 3 tekst beneden.

stelling 2) is namelijk ..in de tegenwoordige kapitalistische wereldorde een van de vormen van de verdrukking der klassen; met woorden der liefde en barmhartigheid bedekt ze slechts de naaktheid van een exploitatie der arbeiders". Op drastisch-primitieve manier wordt deze zinsnede door een anderen hoek (afb. 3 rechts boven) van het. zooals wij zien, buitengewoon inhoudrijke plakaat geïllustreerd. Van de vier tegenwoordige wereldgodsdiensten zitten er drie — Jahwe ontbreekt! — op den bok van een echt Russisch rijtuig en zweepen ieder een mensch voor zich uit; deze arm trekmenschen zijn, al naar gelang van hun godheid verschillend, een Rus, een Turk, een Mongool. Maar achter elke godheid zit gehurkt eveneens zulk een Rus, Turk en Mongool — alleen spoort deze van zijn kant tot meer slagen aan. De zinnebeelden van deze dikke passagiers zijn eveneens verschillend: kruis, halve maan, een boedhistisch symbool, — maar alleen gemeen is hun het teeken van het kapitalisme en van de bourgeoisie, de glanzenden cylinderhoed boven het vette uitbuitersgezicht. Want kapitaal en beurs hebben in alle religies en in alle landen dezelfde vertegenwoordigers; ook het christendom (afb. 4) is niet anders dan de religie der slavenhouders, onderdrukkers, van wier schandelijk bedrijf Jezus zelf zich voorzichtig afwendt; van het plakaat op afb. 3 werden 10.000, van dat op afb. 4 15000 exemplaren gedrukt, van de voorafgaande soortgelijke heeft het eerste het reeds lang overtroffen aantal van 4312 behaald, het tweede 25362.

Minder op grooten indruk dan op het platste effectbejag, is de laatste hoek van het plakaat (afb. 3) „God-kapitaal" berekend, een stuk uit de bolschewistische „geographie des hemels" (Afb. 3, schets rechts beneden). Deze „plattegrond van het paradijs" spreekt voor zichzelf: hier ontbreekt noch de rivier volgens Gen. 1 hoofdst.

2: 10—14, noch in bonte mengeling de „zevende hemel", de „vleugels van de allerheiligste jonkvrouw Maria" en de „appeltuin" van Eva. Daartusschen ziet men de „communale woning der heiligen", de „kazerne der aartsengelen", de „kerk van Christus", het „wachthuisje van den H. Petrus" met den onvermijdehjken sleutel, ja, zelfs ontbreekt op eenige caricaturen met gelijksoortig motief de oriënteerende Noord-streep niet, precies zooals ook in Rusland de landmeters of officieren bij hun schetsen die moeten aangeven. De plattegrond van het paradijs bij Allah, op dezelfde plaat en de daarboven geplaatste vrouwefiguur van Rubens als „Nirwana" zijn slechts veroorloofde afwijkingen van hetzelfde bespottingsprincipe.

Sluiten