Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

democraat met dc opmerking: „Niet toevallig hier aanwezig, daar in den laatsten tijd de goddelijke genade hardnekkig begint te rusten niet alleen op enkele leden, maar op de geheele sociaal-democratische partij". Hoe deze elementaire haat tegen de zusterpartij tot tastbare belachelijkheden leidt, moge een vlugschrift hier bewijzen (afb. 12) dat door Duitsche lezers bijzonder goed aangevoeld kan worden. Een gezette figuur met den onvermijdelijken cylinderhoed op het hoofd, den Bijbel in de eene. het crucifix in de andere hand — het zinnebeeld van het kapitaal — wordt omgeven door een merkwaardigen feeststoet. In golvende groene gewaden stappen ernstige mannen aan hen voorbij, blijkbaar onder hun commando, allen met een Bijbel in de hand, velen ook nog met een crucifix; achter hen steekt het kruis van Christus boven alles uit, eronder staat geschreven: „Gg zijt mijn apostelen. Gaat heen en verkondigt mijn evangelie!" Het allermerkwaardigste aan deze wonderlijke apostelgroep is de naam. die ieder der jongeren op het voorhoofd draagt: Wels. Henke, Muller, Severing, Braun, Hilferding — de bloei van Duitschlands sociaaldemocratie als zoogenaamde godsdienstige handlangers.

Totdat tenslotte alles uitklinkt in een enkele steeds weerkeerende. bijna vermoeiende leus: „Proletariërs van alle landen, vereenigt U!" Deze leus staat op duizende vaandels, die door marxistische arbeidersbataljons door de straten gedragen worden, in duizenden talen en dialecten; daarom staat in de courant het eene opschrift kruisgewijze over het andere, van geen enkele taal ziet men den geheelen tekst en men kan die overal slechts uit brokstukken reconstrueeren. Waarom zou echter van de voor mij liggende brochure de eenige tekst die geheel zichtbaar is, niet de Russische, maar de Duitsche zijn?

Hand aan hand met de geschilderde „beeldende kunst" gaat in het gebied der sowjet-unie tenslotte de populariseering en veraanschouwelijking van den Godsstrijd door middel van het gedrukte woord.

De literatuur, die dit terrein bestrijkt, is eveneens niet te overzien, wij noemen hier slechts drie geschriften, waarvan de titel alleen reeds den toon aanduidt en die in ons verband alleen als voorbeeld geteld moeten worden: A. M. Pokrowsky's materialistische polemiek tegen het christelijke Paaschfeest, onder, den titel: „De opstanding der goden (Leningrad 1925); het compilatie-werk van Anton Loginow, dat reeds in den naam zinspeelt op dergelijke verouderde westelijke geschriften „De Christuslegende" (Moskou 1926); vooral echter de beruchte parodie der evangelieën van den tegenwoordig meest bekenden dichter der revolutie Demian Biedny „Het nieuwe testament van den evangelist Damian" (Leningrad 1925;

Sluiten