Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En op een andere plaats:

„De wetten, de moraal, de godsdienst, zijn evenzöoveel burgerlijke vooroor deelen, waarachter zich even zooveel burgerlijke belangen verschuilen."

De communistische wereld is één reusachtige verbruiksinrichting. Ideeën komen voort uit de maag; de godsdienst is slechts de overkapping van de kapitalistische productiemethode. Ruimt men de maatschappijen of aandeden op, dan valt de kerk vanzelf."

Het is interessant te zien dat de practijk der bolschewisten tot voor korten tijd in tegenstelling stond tot dit materialistische principe. Pas het Stalinisme keert terug tot het consequente Marxisme. Inderdaad, hoe zou een marxistische staat ooit op de gedachte komen, door propaganda van het proletisme proletariërs te kweeken? Is het proletarisch bewustzijn en de proletarische gezindheid een gevolg van het werkelijk proletarisch bestaan, dan lijkt het onzinnig, het ééne te willen bereiken zonder het andere. Zoo min een neger wit kan worden, al wascht hij zich nog zoo grondig, zoo min zal de kapitalist, niettegenstaande degelijk proletarisch onderricht ooit de communistische gezindheid aannemen. Behoort, wat in ons verband het belangrijkste is, de godsdienst tot de denkbeeldenwereld van een niet-proletarische klasse, dan kan die natuurlijk niet door anti-religieuze propaganda door voorlichting en maskerade uit de hoofden der niet-proletariërs verdreven worden, maar enkel en alleen door de wezenlijke verandering van deze personen in proletariërs. Is eenmaal de huishoudelijke proletariseering voltrokken, dan volgt het overige vanzelf. De proletariseering van het volk is dus de voorwaarde voor zijn vrijmaken van de goden. Het volk echter zijn de boeren, dus: proletariseering van de boeren, of in de taal van Stalin: „Liquideeren van den groote-boeren-stand" als klasse en collectiveeren van den arme-boeren-stand". De marxistische logica van deze gevolgtrekking is ongetwijfeld juist.

Zoo zien we dan de nieuwste agrarische politiek van de Sowjetregeering teruggebracht tot de politieke dsch van machtsbehoud eenerzijds en de marxistische theorie anderzijds. Wanneer het proletariaat niet bestaat, dan moet het in het leven geroepen worden; de pópe is slechts het spiegelbeeld van den „kulak" (groote boer in het bolschewistische jargon). In deze beide stellingen is de beteekenis van de Stalinische sociale en economische politiek als de grondslag van zijn cultuurpolitiek uitgesproken.

Van boer tot „kulak".

Een derde punt komt nog hierbij, dat de innerlijke broosheid van de communistische logica ten duidelijkste in het licht stelt. Het gaat om de vraag: Wat heeft nu eigenlijk de boer met deze dingen uit

Sluiten