Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTENDOM EN BOLSCHEWISME.

Willen we als Christenen ernstig trachten een duidelijk inzicht te krijgen in het bolschewisme, dan kan zulks alleen geschieden, wanneer we het. niet slechts als een bijzondere ideeënleer stellen tegenover het Christendom, dat dan zelf ook als ideologie wordt beschouwd, ten opzichte waarvan men een bepaalde stelling inneemt, maar het opvatten als een ernstige vraag aan ons zelf. aan ons persoonlijk Christen-zijn, waardoor juist ons Christendom in het geding wordt gebracht. Zoon critische vraag moge ons er toe dwingen bij onszelf te overwegen en erover na te denken, of niet in de onstuimige uitbarsting van het bolschewisme een verlangen tot uiting komt, dat alleen een zoo negatieve en verwoestende gestalte aanneemt, omdat we zelf in ons persoonlijk Christendom in gebreice zijn gebleven: omdat we een kwestie niet ernstig opgenomen en ons onttrokken hebben aan een taak. die Godzelf ons, d.w.z. aan de christelijke kerken opgedragen heeft. Maar deze vraag is die naar het bestaan van den mensch — in 't bijzonder naar dat van den proletariër en zijn mensch-zijn. de stoffelijke en geestelijke ellende van het proletariaat als van een lijdende klasse.

Uit dezen nood en tevens uit de nalatigheid der christelijke maatschappij en in verband daarmee ook der christelijke kerken, die zich tegenover die maatschappij plaatsen, is voor een groot deel het bolschewisme en de materialistisch-marxistische wereldbeschouwing met het begrip van den mensch en zijn geschiedenis, die er aan ten grondslag ligt, ontstaan.

Hoe is dit geschied? In welk verband staat nu juist het Russische bolschewisme met het M a r x i s m e of historisch materialisme, dat in Duitschland zijn oorsprong had?

Nu is dit laatste niet te begrijpen, indien men het niet beschouwt als een reactie op het idealisme van Hegel. waarvan het den dialectischen omkeer zonder omwegen voor oogen stelt.

Tegenover de eenzijdige idealiseering en vergeestelijking van de werkelijkheid, vooral van die des menschen, die Hegel als dialectische zelfverwezenlijking van den absoluten geest in het proces

1) Onder aanhaling van enkele gedeelten uit een artikel in: „Zwischen den Zeiten", 1929, „Christentum und Marxismus".

Sluiten