Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnen van het RapporUVan Wijnbergen inzake het aanvullend onderwijs aan de Rijpere Jeugd.

Het N.J.I. achtte grondige bestudeering van dit

later geworden — wetsontwerp dringend noodig,

daar dit ontwerp bij invoering zeer nadeelig op het wezen der vrije jeugdvorming zou inwerken.

In den loop van het jaar 1929 zagen enkele leden zich genoodzaakt af te treden, zoodat de com* missie nu als volgt is samengesteld:

E. J. van Det, Voorzitter; H. L. F. J. Deelen; P. van Nes; K. Toornstra;

Jhr. Dr. A. M. C. Sandberg; K. H. van Schagen; Mevr. W. Ploegsma—Bentum; Mej. W. Harttorff, Secretaresse.

In December 1929 verscheen het rapport, waarin deze commissie haar conclusies neerlegde. Hierin is de meening verwerkt der verschillende jeugd* vereenigingen, die daartoe gevraagd waren.

Sindsdien is het Definitief Rapport der Staats* commissie verschenen. Dit wordt eveneens door de Commissie*Van Det bestudeerd, die binnen* kort een tweede rapport daarover zal uitbrengen.

c. Tooneelcommissie. De talrijke aanvragen om goede tooneelstukjes, die het N.J.I. ontving en de overal sterk groeiende belangstelling voor het z.g. leekenspel, maakten grondiger orieënteering in deze materie noodig.

In het voorjaar 1929 werd een tooneelcommissie ingesteld, die als opdracht kreeg: studie te maken

Sluiten