Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijding verrichten. Geen kerk kan zonder dienaren zijn, maar evenmin kannen er dienaren zijn zonder de kerk, die ze roept.

Hoewel alle drie wijdingen een verschillende bevoegdheid verleenen, vat men ze samen onder den naam van het sacrament des priesterschaps, omdat zij alle drie priesterlijke volmachten overdragen.

En omdat dit genademiddel dus dengene, die het ontvangt, een bepaalde bevoegdheid verleent en hem een bepaalde plaats geeft in het lichaam der kerk, kan zulk een wijding niet meer herhaald worden. Evenals hij, die door den Doop des waters en des heiligen Geestes in de kerk van Christus is opgenomen, zich niet meer aan zijn band aan Christus en de kerk kan onttrekken, zoo kan ook hij, die door de handoplegging tot een kerkelijk ambt geroepen is, die ambtsvolmacht niet meer afleggen. De taak, die Christus hem oplegde, blijft op hem rusten, ook al zou hij zich haar onwaardig maken.

In de oude kerk bestonden nog verschillende ambten, die thans verdwenen zijn, of slechts gebleven zijn als voorbereidende en inleidende stappen tot het priesterschap. Zoo gaan aan het ambt der diakenen nog vooraf: de zegeningen tot inleiding in den geestelijken stand, n.1. tot deurwachter, tot voorlezer, tot toeziener der gemeente en tot altaardienaar, welke de „vier kleine w ij d i n g e n" genoemd worden, en de wijding tot subdiaken. Tot het eigenlijke priesterschap behooren deze zegeningen niet; zij hebben, gelijk wij zeiden, alleen voorbereidende beteekenis, en zijn bedoeld als zegeningen over hen, die den priester of bisschop bij de uitoefening van hun ambt of bij de bediening der genademiddelen en in de viering der heilige Mis bijstand verleenen.

Wij herhalen nu aan het slot nog eenmaal, dat door het priesterschap geen middelaarschap wordt ingevoegd tusschen den mensch en God. Er is één Middelaar tusschen God en de menschen, Christus Jezus.1) Nooit kan een mensch eigen geweten vrijspreken door zich te dekken met het woord van priester of bisschop; nooit mag hij meenen, dat deze voor zijn zaligheid kunnen zorgen of borg staan. Ieder mensch moet

') 1 Tim. 2 : 5, Hebr. 8:6, 12 : 24.

Sluiten