Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoolden mensen, die het wezenlijke, goede en ware in de wereld in en om zich weet te her-kennen en weet waar te maken, te verwerkelijken in zijn werk.

En terugblikkend in den golvenden loop der wereldgeschiedenis zal hij wel ontwikkeling bespeuren,, maar niet zoo iets als een asymptotisch benaderen van een luilekkerlandschen hemel op aarde of een achteruitgang uit zoo'n aardsch paradijs naar steeds „slechtere" toestanden van arbeid en ellende, — maar een voortgang in het bewustzijn onzer (ware) vrijheid, in de samenleving als een groei van 'smenschen gemeenschapszin in wederzijdsche erkenning van ieders vrijheid (dus in wederzijdsche zelfbeheersching en zelfbeperking), waarin dus een moment ligt van vrij-willige onvrijheid ten bate der gemeenschap.

Dit sociaal bewustzijn (zich ontwikkelend in bloei en verval van groote kuituurperioden) is thans onmiskenbaar hooger (rijker) ontwikkeld dan in oude tijden. De verdwijning van de slavernij allereerst in het Christelijk Europa is een gevolg van de erkenning van de persoonlijkheid van den mensen, d.w.z. van zijn in wezen vrije, d.i. zelfbewuste, zichzelfbeheerschende, oorspronkelijke, en in dien zin goddelijke, algemeene waarde*) en

*) Het in woorden denken en spreken, dat den mensch van het dier onderscheidt, is het weten en in woorden be-teekenen van het algemeene en oneindige, dat het wezen is der wereld om-en-in-ons.

In het verstands-moment van het denken staat het algemeene als los of slechts in uitwendig verband tegenover het bizondere en enkele, — evenzoo het oneindige tegenover het eindige, — het wezen tegenover het verschijnsel. Zoo zijn dit alle eenzijdigheden, abstrakties. Het ware redelijke denken echter ziet dieper, ziet de immanente, elkaar doordringende band of eenheid van die begrippen: het konkrete algemeene is: het zich verbizonderend verenkelen, om daarin en door middel daarvan het algemeene te blijken (aan zichzelf, in ons zelfbewustzijn, denken), — het konkrete oneindige is: het zich vereindigen, om daarin en door middel daarvan zich als het oneindige te openbaren (aan zichzelf, in ons), — het konkrete wezen is: het verschij nen om in zijn verschijnselen zich als het wezenlijke daarvan te openbaren.

Het zeggen „het wezen verschijttt" is eigenlijk reeds een onzuiver zeggen; want zoo heeft het den schijn, alsof het wezen iets afgescheidens is, dat nu toevallig eens verschijnt, maar dit ook zou kunnen laten. Het wezen is echter: verschijnen. Het hart of middelpunt van een cirkel is zonder zijn verschijnsel (den cirkel) geen hart of middelpunt.

Hierin is ook de ware verhouding van de Idee (God), natuur en geest begrepen, — zooals het hart van den cirkel zich tot zijn omtrek verhoudt. Het hart van den cirkel is: zich uitstralen tot zijn omtrek

Sluiten